RBP 2015/3
Matiging dwangsommen. Als een arbitrale beslissing geen gezag van gewijsde heeft, kan de executierechter dan aan art. 611d Rv de bevoegdheid ontlenen tot matiging van dwangsommen die zijn opgelegd bij kortgedingvonnis?
Hof Amsterdam 29-04-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:1518
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
29 april 2014
- Magistraten
Mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell, D.J. Oranje, J.W.M. Tromp
- Zaaknummer
200.112.536/01
- JCDI
JCDI:ADS919840:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Arbitrage
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2014:1518, Uitspraak, Hof Amsterdam, 29‑04‑2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4228, Uitspraak, Hof Amsterdam, 08‑04‑2014
- Wetingang
Essentie
Arbitrale beslissing. Gezag van gewijsde. Bevoegdheid tot matiging dwangsommen.
Heeft een Engelse arbitrale beslissing gezag van gewijsde? Als de Engelse arbitrale beslissing gezag van gewijsde heeft, staat dit dan in de weg aan de executie van een kortgedingvonnis van een Nederlandse rechter?
Samenvatting
PPC en ICL zijn verdeeld over de vraag of deze laatste heeft voldaan aan de leveringsverplichting jegens PPC die voortvloeit uit een tussen hen geldende overeenkomst. PPC heeft bot gevangen in een Engelse arbitrale procedure, maar succes gehad bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag. Aan de beslissing van de voorzieningenrechter ´hangen´ dwangsommen ten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.