Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.2.2
3.5.2.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591849:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. o.a. Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo ), art. 6:142, aant. 22; Wiarda 1937, p. 334 e.v.
Zie hierna nr. 139 e.v. respectievelijk nr. 148 e.v.
Zie F.H.J. Mijnssen in zijn noot (sub6) onder HR 19 oktober 1979, NJ 1980, 299; Frenk 1994, p. 181 en 185; Rueb 1987, p. 189; Vranken in zijn noot (sub 2b) onder HR 8 december 1989, NJ 1990,498 (Werkhoven Engels/De Bever); A-G Wesseling-Van Gent in haar conclusie (nr. 2.23-2.28) vóór HR 26 november 2004, NJ 2005, 41 (Haanljes/Damstra); F.E. Vermeulen 2005, p. 169.
120. Als een schuldeiser een dagvaarding uitbrengt, is hij zowel de materiële als de formele procespartij. Brengt de nieuwe schuldeiser na de overgang van de vordering de dagvaarding uit, dan is ook hij zowel de materiële als de formele procespartij.
Als de oude schuldeiser vóór de overgang van de vordering een procedure is begonnen, is hij tot het moment van de overgang van de vordering zowel de materiële als de formele procespartij. Gaat de vordering over tijdens de procedure, dan verandert de materiële procespartij. Na de overgang van de vordering is de nieuwe schuldeiser de materiële procespartij. Hij verkrijgt echter niet van rechtswege ook de positie van formele procespartij.1 Daarvoor zijn procesrechtelijke handelingen nodig: bijvoorbeeld, een schorsing van de procedure ex art. 225 Rv gevolgd door een vervanging van de formele procespartij of het instellen van een rechtsmiddel, waardoor hij toetreedt tot de procedure.2 Op deze procesrechtelijke handelingen wordt hieronder nader ingegaan. Vinden die handelingen niet plaats, dan blijft de oude schuldeiser de formele procespartij (vgl. o.a. art. 225 lid 2 tweede zin Rv). Hij procedeert na de overgang niet langer voor zich ('pro se'), maar voor de nieuwe schuldeiser, dus in hoedanigheid. Hierdoor treedt geen verandering op in de rechten en verplichtingen die het onderwerp van het geschil vormen.
De stille cessie heeft goederenrechtelijke werking. Uit het voorgaande volgt dat als de stille cessie plaatsvindt tijdens een procedure, de stille cedent de formele procespartij is en de stille cessionaris de materiële procespartij. De positie van de stille cedent verschilt daarmee niet van de positie van de oude schuldeiser die na de overgang van de vordering krachtens lastgeving ten behoeve van de nieuwe schuldeiser de procedure voortzet; en de positie van de stille cessionaris verschilt niet van de positie van de nieuwe schuldeiser. In de literatuur wordt ook in een dergelijk geval de oude schuldeiser als de formele procespartij aangemerkt en de nieuwe schuldeiser als de materiële procespartij.3