NJB 2026/595
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Aansluitende zorgmachtiging. Hoge Raad: Omdat de zorgmachtiging niet aansloot op een eerdere zorgmachtiging, kon de rechtbank slechts een zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal zes maanden.
HR 13-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:398
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/01917
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:398, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2026:88, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑01‑2026
- Wetingang
(art. 6:5 aanhef en onder a en b Wvggz)
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Aansluitende zorgmachtiging. Hoge Raad: Omdat de zorgmachtiging niet aansloot op een eerdere zorgmachtiging, kon de rechtbank slechts een zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal zes maanden.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. G.E.M. Later, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Feiten en procesverloop
In 2024 heeft de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 22 januari 2025.
In dit geding heeft de officier van justitie verzocht een aansluitende zorgmachtiging te verlenen. Bij een mondelinge behandeling heeft de rechtbank de beslistermijn met drie weken verlengd. Bij een voortgezette mondelinge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.