Einde inhoudsopgave
Smartengeld 1998/7.2.2.2
7.2.2.2 Omvang
prof. mr. S.D. Lindenbergh, datum 21-06-1998
- Datum
21-06-1998
- Auteur
prof. mr. S.D. Lindenbergh
- JCDI
JCDI:BSD81832:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aldus TM en MvA II, PG Bk 6, p. 339 e.v.; HR 18 april 1986, nj 1986,567 m.nt. G (ENCl/Lindelauf) en specifiek met het oog op immateriële schade HR 8 juli 1992, NJ 1992, 714 (AMC/O).
Daarbij zal doorgaans de aard van het getroffen belang indicatief zijn. Vgl. HR 2 november 1979, nj 1980, 227 m.nt. pas (De Bruin/NVV & NKV) en HR 23 januari 1987, nj 1987, 555 m.nt. G (EillertfDe Groot).
Aldus HR 28 juni 1991, NJ 1991, 746 (epileptisch insult).
In dezelfde zin voor het Duitse recht BGH 21 juni 1973, VersR 1977, 861.
Zie voor een vordering tot vergoeding van schade 'naar billijkheid' op grond van art. 1639s lid 1 BW(oud) in deze zin HR 20 maart 1992, NJ 1992, 495 m.nt. PAS (Nedlloyd/Monteiro).
HR 21 mei 1943, NJ 1943, 455 (Van Kreuningen/Bessem).
Zowel uit artikel 6:106 als uit artikel 6:97 blijkt dat de rechter grote vrijheid geniet bij de begroting van het smartengeld. De rechter is daarbij niet gebonden aan de gewone regels van stelplicht en bewijslast.1 Staan feiten vast waaruit in het algemeen het geleden zijn van schade kan worden afgeleid2 dan staat het de rechter vrij om zonder bewijs aannemelijk te achten dat schade is geleden en om vervolgens de omvang ervan te schatten.3
Het feit dat de vaststelling van de omvang van het smartengeld krachtens artikel 6:106 dient te geschieden 'naar billijkheid' en dat de rechter krachtens artikel 6:97 bevoegd is de omvang van de schade te schatten, brengt mee dat de benadeelde niet gehouden is concreet aan te geven hoeveel immateriële schade hij heeft geleden, noch een concreet bedrag aan smartengeld te eisen,4 ook wanneer hij geen schadevergoeding op te maken bij staat vordert.5 Dit neemt uiteraard niet weg dat hij er verstandig aan zal doen zoveel mogelijk feiten en omstandigheden te stellen waaruit een beeld kan worden gevormd omtrent de omvang van het nadeel. Is wel een concreet bedrag gevorderd, dan zal de rechter niet een hoger bedrag mogen toewijzen.6