RN 2019/62
Huwelijksvermogensrecht. Op welke (verdeling van) huwelijksgemeenschappen is het op 1 januari 2018 ingevoerde art. 1:100 lid 2 BW van toepassing?
HR 19-04-2019, ECLI:NL:HR:2019:636
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
19 april 2019
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
18/02777
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS69408:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:636, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 19‑04‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:146, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑02‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑04‑2018
- Wetingang
Art. 1:100 BW
Essentie
Huwelijksvermogensrecht. Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap. Draagplicht voor gemeenschapsschulden. Redelijkheid en billijkheid. Overgangsrecht.
Op welke (verdeling van) huwelijksgemeenschappen is het op 1 januari 2018 ingevoerde art. 1:100 lid 2 BW van toepassing?
Samenvatting
Man en vrouw zijn in 2002 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. De man exploiteert samen met zijn broer een vennootschap onder firma. De vrouw heeft op 2 december 2015 een verzoek tot echtscheiding ingediend en daarbij verzocht om de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap van partijen vast te stellen. De echtscheidingsbeschikking is op 29 september 2016 ingeschreven in de registers van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.