NJ 1934, p. 1021
Philips ca. Tungsram. Vordering in kort geding wegens inbreuk op twee octrooien betreffende radiolampen. Bevoegdheid President in kort geding. Voorziening bij voorraad. Toewijzing vordering zonder bevel tot het stellen van zekerheid.
HR 26-01-1934, ECLI:NL:HR:1934:166, m.nt. Prof. E. M. Meijers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 januari 1934
- Magistraten
Mrs. Visser, Van den Dries, Van Gelein Vitringa, Polak, Servatius
- Zaaknummer
[261934/NJ_1934,_p._1021]
- Conclusie
Tak
- Noot
Prof. E. M. Meijers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS103952:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Octrooirecht
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1934:166, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑01‑1934
- Wetingang
(Rv art. 289; Rijksoctrooiwet 1910 art. 30.)
Essentie
Philips ca. Tungsram. Vordering in kort geding wegens inbreuk op twee octrooien betreffende radiolampen. Bevoegdheid President in kort geding. Voorziening bij voorraad. Toewijzing vordering zonder bevel tot het stellen van zekerheid.
Samenvatting
De grief, dat het gevraagde verbod tot het in den handel brengen enz. het karakter van een voorziening bij voorraad zou missen, steunt op een verkeerde lezing van ‘s Hofs arrest, hetwelk niet geeft een algemeen luidend verbod, doch een verbod t. a. v. radiolampen, waarbij, op de wijze als bij dagvaarding duidelijk omschreven, inbreuk wordt gemaakt op de beide octrooien van Philips of op één ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.