NJB 2025/2096
Bestuurdersaansprakelijkheid. Discretionaire bevoegdheid ontvanger.
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1128
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Cools, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
21/03566 bis
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1128, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
- Wetingang
(art.36 IW 1990)
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Discretionaire bevoegdheid ontvanger.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
(Bestuurdersaansprakelijkheid)
“2.1
Uit de antwoorden van het Hof van Justitie op de prejudiciële vragen van de Hoge Raad volgt dat de regeling van artikel 36, lid 4, IW 1990 niet in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. Voor zover middel IV anders betoogt, faalt het daarom.
2.2
Ten overvloede overweegt de Hoge Raad nog dat het in dit geval gaat om een situatie waarin slechts één persoon, de enige bestuurder van een besloten vennootschap, aansprakelijk is voor een aantal belastingschulden. Anders dan in het geval verschillende personen, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.