Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/14.2.2
14.2.2 Rechtsvergelijking en conclusie op basis van de totaalbeelden
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90853:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
MvA II, Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 388.
MvA II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 BW, p. 387; MvA II, Parl. Gesch. Boek 3 BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 1197.
MvA II Inv., Parl. Gesch. Boek 3 BW (Inv. 3, 5 en 6), p. 1239.
Hoofdstuk 5, paragraaf 5.3.2.
Hoofdstuk 5, paragraaf 5.3.3.
Hoofdstuk 5, paragraaf 5.3.4.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.2.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.3.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.4.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.2-7.3.4.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1 en 7.3.2.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1 en 7.3.4.
Hoofdstuk 7, paragraaf 7.3.1 en 7.3.3.
Hoofdstukken 8, 9, 11, en 12, paragrafen 8.2.3, 9.2.3, 11.2.3 en 12.2.2-12.2.3.
Hoofdstukken 8, 9, 11, en 12, paragrafen 8.3.2, 8.4.3, 8.5.1-8.5.2; paragrafen 9.3.2, 9.4.1, 9.51-9.5.2; 11.3.2, 11.4.1, 11.5.1; paragrafen 12.3.2-12.3.3, 12.4.2-12.4.3, 12.5.2-12.5.3.
Hoofdstuk 2, paragraaf 2.6.2 en 2.7.2.
De vergelijking van de vier totaalbeelden laat een tweedeling zien tussen de rechtsstelsels. Aan de ene kant staat het Nederlandse recht en aan de andere kant het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht. Het Nederlandse recht laat namelijk een tweeledig beeld zien in tegenstelling tot de andere rechtsstelsels: een beeld ten aanzien van de voorrangspositie op de oorspronkelijke zaken en een ander beeld ten aanzien van (het ontbreken van) de voorrangspositie in geval van natrekking, eigenlijke en oneigenlijke vermenging, zaaksvorming en doorverkoop.
De voorrangspositie met betrekking tot de oorspronkelijke zaken
Ten aanzien van dit eerste beeld meen ik dat het Nederlandse recht in vergelijking tot de andere drie stelsels een vergelijkbare of zelfs ruimere voorrangspositie op de oorspronkelijk geleverde zaken biedt aan de leverancier. Hieraan ligt de uitdrukkelijke wens van de Nederlandse wetgever ten grondslag om een voorrangspositie voor leverancierskrediet op de geleverde zaken te creëren. De leverancier moet zich – in de woorden van de wetgever – kunnen ‘wapenen’ tegen zekerheidsrechten van andere schuldeisers van de koper.1 Dit is vormgegeven door middel van het eigendomsvoorbehoud. Ook is expliciet gekozen voor een ruime reikwijdte van deze zekerheidsfiguur. Op deze wijze is door de minister beoogd te voorkomen dat de leverancier zijn voorrangspositie verliest als hij meerdere keren soortgelijke zaken onder eigendomsvoorbehoud levert, een gedeelte is betaald en hij niet kan aanwijzen welke zaken onbetaald en dus zijn eigendom zijn.2 Verder acht de minister het relevant dat het verlies van de voorbehouden eigendom van een zaak als gevolg van natrekking, eigenlijke vermenging, zaaksvorming of doorverkoop deels wordt ondervangen doordat de (koopprijs)vordering van de zaak nog gesecureerd wordt door andere onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken.3
In de andere drie rechtsstelsels wordt (in economische zin) een nauwere band tussen de gesecureerde vordering en het onderpand vereist dan in het Nederlandse recht. In het Duitse recht heeft het eigendoms- voorbehoud bijvoorbeeld een ruime reikwijdte dan in het Nederlandse recht, maar wordt het eigendomsvoorbehoud beperkt door het leerstuk van Übersicherung, de Kontoausgleichen de toekenning van een Absonderungsrecht aan de leverancier wiens voorbehouden eigendom nog slechts andere dan de koopprijsvordering secureert.4 In het Belgische en Amerikaanse recht strekt de voorrangspositie van de leverancier slechts tot zekerheid van de koopprijsvordering van de geleverde zaak.5 In het Amerikaanse recht wordt hierop een uitzondering gemaakt als de leverancier inventory levert, zodat hij een met het kredieteigendomsvoorbehoud vergelijkbare zekerhedenpositie kan bedingen (cross-collateralization). Een verruiming tot vorderingen uit hoofde van werkzaamheden of wanprestatie is echter niet mogelijk.6
Ten tweede is de vestiging c.q. totstandkoming van de voorrangspositie in het Nederlandse recht in vergelijking tot de andere betrokken rechtsstelsels even eenvoudig of zelfs eenvoudiger. In het Nederlandse recht kan de leverancier vormvrij een eigendomsvoorbehoud bedingen.7 Hetzelfde geldt voor het Duitse recht.8 Het Belgische recht vereist dat het eigendomsvoorbehoud schriftelijk wordt bedongen.9 In het Amerikaanse recht verkrijgt de leverancier een purchase-money security interest door twee fasen te doorlopen: hij moet schriftelijke zekerheidsovereenkomst sluiten met de zekerheidsgever (vestiging) en een financing statement registeren in een openbaar register (voltooiing). Indien hij een purchase-money securityi nterest wil vestigen en voltooien op inventory, moet hij voorts kennisgevingen sturen aan alle schuldeisers met geregistreerde zekerheidsrechten op inventory van de koper.10
Ten derde is de effectuering van de voorrangspositie in het Nederlandse recht doorgaans eenvoudiger dan in de andere rechtstelsels. Een eerste verschil doet zich voor bij de effectuering tijdens het faillissement van de koper. De leverancier heeft in het Nederlandse recht namelijk de regie. Hij maakt de keuze om de overeenkomst te ontbinden en de zaken te revindiceren.11 In de andere drie rechtsstelsels ligt de regie bij de curator of de Bankruptcy Court en moet de leverancier wachten tot deze een keuze heeft gemaakt om de overeenkomst wel of niet gestand te doen.12
Daarnaast bestaan er in het kader van effectuering individuele verschillen tussen het Nederlandse recht en één van de andere rechtsstelsels. Ik noem per rechtsstelsel één belangrijk verschil met het Nederlandse recht. Ten eerste heeft de leverancier in het Nederlandse recht de bevoegdheid om de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaken te revindiceren na ontbinding, ongeacht of de koper in verzuim is met betaling van de koopprijsvordering van die zaak, of een andere vordering waarvoor het eigendomsvoorbehoud tot zekerheid strekt. Gedacht kan worden aan een vordering uit hoofde van onderhoudswerkzaamheden. In het Duitse recht heeft de leverancier in beginsel ook de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden en te revindiceren, tenzij de voorbehouden eigendom nog slechts strekt tot zekerheid van andere vorderingen dan de koopprijsvordering. In dat geval moet hij de zaken executeren buiten faillissement en heeft hij tijdens faillissement het recht om met voorrang voldaan te worden uit de executieopbrengst, maar kan hij de zaken niet zelf executeren.13 Ten tweede kan de leverancier in het Nederlandse recht de koopovereenkomst ontbinden en de zaken revindiceren indien de koper in gebreke is met de betaling van de koopprijs. In het Amerikaanse recht dient de leverancier daarentegen de executievoorschriften in acht te nemen als hij zijn purchase-money security interest wil effectueren. De zaken worden onderhands of openbaar geëxecuteerd of verblijven bij de leverancier als de koper en andere schuldeisers daarmee akkoord gaan.14 Ten derde kan de leverancier de koopovereenkomst steeds buitengerechtelijk ontbinden in het Nederlandse recht. In het Belgische recht moet de leverancier de overeenkomst gerechtelijk laten ontbinden, tenzij hij met de koper expliciet heeft afgesproken dat het buitengerechtelijk kan.15
De voorrangspositie in geval van bewerking en doorverkoop van de geleverde zaken
Ten aanzien van het tweede beeld kan in het algemeen worden gezegd dat de leverancier in het Nederlandse recht vrijwel steeds zijn voorrangspositie verliest als gevolg van – kort gezegd – de bewerking of doorverkoop van de geleverde zaken. De voorrangspositie verlengt zich niet van rechtswege tot het surrogaat zoals in het Belgische en Amerikaanse recht, met uitzondering van de situaties van natrekking en vermenging zonder hoofdzaak. De leverancier kan wel een pandrecht vestigen om zekerheid te verkrijgen op het surrogaat van zijn geleverde zaak. Doorgaans is echter eerder een pandrecht (bij voorbaat) ten gunste van een andere schuldeiser gevestigd. De leverancier verkrijgt dan een tweede pandrecht, omdat het rang neemt naar het moment van vestiging.16 Er wordt geen uitzondering gemaakt op de prioriteitsregel in de wet of rechtspraak.
In de andere drie rechtsstelsels verlengt de voorrangspositie zich in beginsel wel tot het surrogaat van de geleverde zaken. Dit geschiedt op grond van een wettelijke bepaling of door een contractuele verlenging van zekerheid waaraan de wet of hoogste rechter voorrang heeft verbonden voor andere zekerheidsrechten.17 Dit heb ik uiteengezet bij de totaalbeelden van het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht in paragraaf 14.2.1. Ook de internationaal opgestelde modelwetten verlengen de voorrangspositie tot het surrogaat van de geleverde zaken, zo volgt uit hoofdstuk 2.18 Het Nederlandse recht wijkt dus af van deze rechtsstelsels en modelwetten.