Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/5.2.3:5.2.3 Article 9 UCC en de Bankruptcy Code
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/5.2.3
5.2.3 Article 9 UCC en de Bankruptcy Code
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90947:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het reclamation right in § 2-702 UCC en § 546 (c) B.C. geeft de leverancier de bevoegdheid om op krediet geleverde zaken terug te nemen indien koper de koopprijs voor deze zaken niet betaalt. Het reclamerecht strekt tot zekerheid van de koopprijsvordering van de geleverde zaken.1 De wet vereist dus een nauwe band tussen de vordering en de zaken die de leverancier wil reclameren. De wet geeft geen regeling voor het geval een gedeelte van de koopprijs niet wordt betaald. In navolging van het Nederlandse en Belgische recht waar eveneens een nauwe band aan het recht van reclame ten grondslag ligt, acht ik het aannemelijk dat dit recht in het Amerikaanse recht eveneens beperkt is tot het onbetaalde deel van de geleverde zaken, tenzij het niet mogelijk is om een gedeelte terug te nemen.
Voor het antwoord op de vraag welke kosten onder het begrip koopprijs zijn begrepen, kan naar mijn mening worden aangesloten bij de invulling ervan bij het voorrecht. Aan het voorrecht en het recht van reclame ligt namelijk dezelfde strekking ten grondslag. Ook heeft de wetgever de vereisten van beide rechtsfiguren op elkaar afgestemd.2
Het voorrecht voor de leverancier, de administrative expense priority, is volgens § 503 (b)(9) B.C verbonden aan de value van de zaken die de leverancier heeft geleverd aan de koper in de normale bedrijfsuitoefening. Het begrip value is niet gedefinieerd in de Bankruptcy Code. De invulling van het begrip is overgelaten aan de rechtspraak. In de veel geciteerde SemCrude-zaak is door de U.S. Bankruptcy Court van het District van Delaware geoordeeld dat er:
“[A]mple and convincing authority [is] to support the proposition that the invoice or purchase price is presumptively the best determinant of value.”3
Het voorrecht strekt dus tot zekerheid van het bedrag op de factuur of de koopprijsvordering van de geleverde zaken. Dit is de waarde van de geleverde zaken. Een verruiming tot andere vorderingen is dus niet mogelijk. Wel kunnen partijen afspreken dat onder de koopprijs ook de kosten voor levering, belastingen en andere kosten vallen.