RBP 2024/75
Mediationclausule. Zijn partijen op grond van een mediationclausule verplicht om mediation te beproeven alvorens het aanhangig maken van een procedure en wat is alsdan het gevolg van niet-naleving daarvan?
HR 12-07-2024, ECLI:NL:HR:2024:1078
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juli 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
22/04619
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- JCDI
JCDI:ADS984138:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Arbitrage
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1078, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:103, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑01‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑01‑2023
- Wetingang
Essentie
Mediationclausule. Arbitrage. Bevoegdheid.
Zijn partijen op grond van een mediationclausule verplicht om mediation te beproeven alvorens het aanhangig maken van een procedure en wat is alsdan het gevolg van niet-naleving daarvan?
Samenvatting
De twee partijen in de procedure zijn in een geschil verwikkeld geraakt over de nakoming van verbintenissen uit hoofde van een tussen hen gesloten overeenkomst. In die overeenkomst waren partijen – voor zover hier van belang – de volgende geschilbeslechtingsclausule overeengekomen: “Eventuele uit deze overeenkomst voortvloeiende geschillen tussen partijen zullen door partijen in eerste instantie via mediation worden opgelost. Mochten partijen deze geschillen niet aldus kunnen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.