V-N 2018/56.18
Gemachtigde maakt impliciet kenbaar dat hij elektronisch bereikbaar is
HR 19-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:1967, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 oktober 2018
- Magistraten
Fierstra, Overgaauw, Beukers-van Dooren
- Zaaknummer
18/02279
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929776:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1967, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑10‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑10‑2018
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat een bestuursorgaan geen expliciete toestemming nodig heeft om berichten elektronisch te versturen. Het is namelijk ook mogelijk dat uit gedragingen van een belanghebbende volgt dat deze elektronisch bereikbaar is in de zin van art. 2:14 Awb.
Samenvatting
Belanghebbende, X, maakt per brief, verzonden per post en per e-mail, bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. In het bezwaarschrift dat niet is gemotiveerd, verzoekt X aan de heffingsambtenaar om de stukken toe te zenden. Per e-mail voldoet de heffingsambtenaar aan dat verzoek. X wordt in die e-mail in de gelegenheid gesteld om binnen drie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.