NJB 2018/762:Causaal verband bij dood door schuld in een geval van koolmonoxidevergiftiging, art. 307 en 309 Sr: in casu heeft het hof de vraag of causaal verband bestaat tussen de tenlastegelegde gedragingen en de letale koolmonoxidevergiftigingen die de slachtoffers hebben opgelopen, ontkennend beantwoord aan de hand van de maatstaf of die koolmonoxidevergiftigingen redelijkerwijs als gevolg van die gedragingen aan de verdachte en zijn medeverdachte kunnen worden toegerekend. Het hof kon tot dat oordeel komen mede erop gelet dat sprake is geweest van een wijziging van de bevestiging van de afvoer, die zich moet hebben voltrokken tussen het tijdstip waarop de ketel door de verdachte en zijn medeverdachte is geïnstalleerd en het tijdstip waarop de koolmonoxide vrijkwam. Beoordeling van een vrijspraak in cassatie: in cassatie kan niet worden onderzocht of de feitenrechter die de verdachte op grond van zijn feitelijke waardering van het bewijsmateriaal heeft vrijgesproken terecht tot dat oordeel is gekomen. De selectie en waardering van het beschikbare materiaal zijn voorbehouden aan de feitenrechter. De op grond van deze selectie en waardering gegeven beslissing dat vrijspraak moet volgen, welke beslissing in beginsel geen motivering behoeft, kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Een nadere motivering van de vrijspraak maakt de gegeven beslissing niet onbegrijpelijk doordat het beschikbare bewijsmateriaal een andere (bewijs)beslissing toelaat