NJB 2023/1789:Verzoek om deskundigenonderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van twee slachtoffers: dit is een verzoek als bedoeld in art. 328 jo 331 lid 1 Sv om gebruik te maken van de bevoegdheid die is omschreven in art. 315 lid 3, tweede volzin, Sv dan wel in art. 316 Sv. Daarbij geldt het noodzakelijkheidscriterium. In casu kon het hof het verzoek afwijzen, o.a. erop gelet dat aan het verzoek ten grondslag is gelegd dat ‘niet kan worden uitgegaan van de betrouwbaarheid van de verklaringen’ van de slachtoffers en daarom een deskundigenonderzoek moet plaatsvinden, waarop het hof heeft uitgelegd op welke andere wijze het, mede aan de hand van andere bewijsmiddelen, de betrouwbaarheid van die verklaringen heeft kunnen beoordelen. Ambtshalve oproeping getuige, art. 6 EVRM: in casu doet zich niet het geval voor dat de verdachte, ondanks het nodige initiatief daartoe, is belemmerd in de uitoefening van het ondervragingsrecht en hem daarom compensatie had moeten worden geboden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. Voorts doet zich niet het geval voor dat de rechter in hoger beroep tot een oordeel komt over de betrouwbaarheid van een aan een opsporingsambtenaar afgelegde, de verdachte belastende verklaring van een getuige, dat tegengesteld is aan het oordeel daarover van de rechter in eerste aanleg. Verder heeft het hof uitvoerig gemotiveerd waarom het, anders dan de rechtbank, van oordeel is dat de verklaringen steun vinden in andere bewijsmiddelen en dus wordt voldaan aan het bewijsminimumvoorschrift van artikel 342 lid 2 Sv. Unus testis, nullus testis: geen schending art. 342 lid 2 Sv in ontuchtzaak, o.a. erop gelet dat de bewezenverklaring mede berust op, wat betreft een van de feiten: een transcriptie van een telefoongesprek waarin de verdachte onder meer erkent dat er ‘dingen zijn gebeurd die niet hadden mogen gebeuren’ en dat het slachtoffer slachtoffer is, en op de verklaring van de verdachte over zowel het gebruik van MSN als over het genoemde telefoongesprek; en wat betreft andere feiten: de verklaringen van twee betrokkenen over onder meer het meermalen in de klas gebeld worden door een man en, toen slachtoffer de stem van deze man herkende als die van de verdachte, haar reactie die bestond uit paniek en huilen.