RAV 2023/14
Huurovereenkomst. Onrechtmatige ontruiming. Op wie rusten de stelplicht en de bewijslast dat schade is geleden in geval van een ontruiming waarbij spullen zijn afgevoerd en naderhand zijn vernietigd?
HR 23-12-2022, ECLI:NL:HR:2022:1941
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 december 2022
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
21/02706
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS691049:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Huurrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1941, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑12‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:583, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
Huurovereenkomst. Onrechtmatige ontruiming. Stelplicht en bewijslast. Begroting van de schade.
Op wie rusten de stelplicht en de bewijslast dat schade is geleden in geval van een ontruiming waarbij spullen zijn afgevoerd en naderhand zijn vernietigd? Wanneer dient de rechter over te gaan tot begroting van de schade?
Samenvatting
Eisers waren huurders van twee panden waarin op de begane grond een horecacomplex aanwezig was waarin zij een horecaonderneming dreven. De eigenaar van de panden heeft op enig moment op grond van een vonnis van de kantonrechter het gehuurde laten ontruimen. De panden zijn daarna gesloopt. De in het kader ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.