NJ 1930, p. 1433
Aanneming van werk. Wanpraestatie van den aanbesteder. Verweer in reconventie, dat in conventie reeds is ter zijde gesteld. Conservatoir beslag. Onrechtmatige daad, indien de vordering, waarvoor het beslag is gelegd, blijkt niet te bestaan.
HR 27-12-1929, ECLI:NL:HR:1929:287
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 december 1929
- Magistraten
Mrs. Fentener van Vlissingen, Schepel, v. Gelein Vitringa, Kirberger, Polak
- Zaaknummer
[27121929/NJ_1930,_p._1433]
- Conclusie
Conclusie van den Proc.-Gen. Tak.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1929:287, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑12‑1929
- Wetingang
(BW art. 1640-1653; Rv art. 250-253, 727, 732.)
Essentie
Aanneming van werk. Wanpraestatie van den aanbesteder. Verweer in reconventie, dat in conventie reeds is ter zijde gesteld. Conservatoir beslag. Onrechtmatige daad, indien de vordering, waarvoor het beslag is gelegd, blijkt niet te bestaan.
Samenvatting
[Wanpraestatie van den aanbesteder, eischer in conv., verweerder in reconv., hierin bestaande, dat hij, zonder de aannemers in gebreke te stellen, hetgeen volgens de overeenkomst verplicht was, het werk zelf heeft voortgezet, terwijl de aannemers hadden geweigerd het werk voort te zetten. Weigering van de vanwaardeverklaring van een door den aanbesteder onder de aannemers gelegd cons. beslag.]
De beslissing van het Hof, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.