RFR 2019/106
Bopz. Ondertekening geneeskundige verklaring als betrokkene verblijft in een kliniek die geen Bopz-instelling is.
HR 24-05-2019, ECLI:NL:HR:2019:815
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
24 mei 2019
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh
- Zaaknummer
19/00845
- Conclusie
plv. P-G mr. F.F. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS72493:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:815, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 24‑05‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:445, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑04‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑02‑2019
- Wetingang
Essentie
Bopz. Voorlopige machtiging. Geneeskundige verklaring.
Ondertekening geneeskundige verklaring als betrokkene verblijft in een kliniek die geen Bopz-instelling is.
Samenvatting
Betrokkene is vrijwillig opgenomen in een verslavingskliniek, niet zijnde een psychiatrisch ziekenhuis in de zin van de Wet Bopz. Bij het verzoek om een voorlopige machtiging is een geneeskundige verklaring gevoegd die is ondertekend door de eerste geneeskundige van de verslavingskliniek. De rechtbank heeft de verzochte machtiging verleend. In cassatie heeft betrokkenen geklaagd dat de geneeskundige verklaring niet voldoet aan art. 5 lid 1 Wet Bopz, omdat de verklaring ondertekend had moeten worden door de psychiater die betrokkene ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.