NJB 2020/2313:Seksueel binnendringen van het lichaam van iemand van wie men ‘weet’ dat die persoon in staat van ‘lichamelijke onmacht verkeert’, art. 243 Sr: in casu kon het hof oordelen dat de aangeefster heeft verkeerd in een toestand van lichamelijke onmacht door het nuttigen van een grote hoeveelheid alcohol, en dat de verdachte van die toestand weet had. Daaraan doet niet af dat het hof ook vaststellingen heeft gedaan die het ‘passend’ acht ‘bij een staat van verminderd bewustzijn’. Onttrekking aan het verkeer als bevolen bij rechterlijke uitspraak in de zin van art. 36b lid 1, aanhef en onder 1° tot en met 3°, Sr: in dat geval wordt met het ‘feit’ in art. 36c Sr gedoeld op de rechterlijke uitspraak over een op de voet van art. 261 Sv tenlastegelegd feit. In casu is sprake van een onjuiste rechtsopvatting met het oordeel van het hof dat de Apple iPhone 6 vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer omdat ‘met behulp daarvan door de verdachte het strafbare feit als bedoeld in artikel 139f, onder 1°, Wetboek van Strafrecht is begaan’. Nu geen van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten is toegesneden op art. 139f, aanhef en onder 1°, (oud) Sr, heeft het hof het voorgaande miskend en een onjuiste uitleg gegeven aan de term ‘voorwerp met betrekking tot welke, of met behulp van welke, het feit is begaan’ als bedoeld in artikel 36c, aanhef en onder 2° en 3°, Sr