Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 495
Vordering terugbetaling geldbedrag; subsidiaire grondslag buiten behandeling gelaten.
HR 03-04-2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1991
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
3 april 2009
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, J.C. van Oven, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk
- Zaaknummer
07/11247
- Conclusie
A-G Wuisman
- LJN
BH1991
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2009:BH1991, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2009
ECLI:NL:HR:2009:BH1991, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑04‑2009
Essentie
Vordering terugbetaling geldbedrag; subsidiaire grondslag buiten behandeling gelaten.
Slagende klacht dat het hof zonder enige motivering is voorbijgegaan aan de door thans eiser tot cassatie in beide feitelijke instanties aan zijn vordering gegeven subsidiaire grondslag.
Partij(en)
[Eiser], te [woonplaats], eiser tot cassatie, adv. mr. J.C. Meijroos,
tegen
[Verweerder], te [woonplaats], verweerder in cassatie, adv. mr. P. Garretsen.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 30 juni 2005 [verweerder], [B] B.V. en [C] B.V. (hierna tezamen: [verweerder] c.s.) gedagvaard voor de rechtbank Arnhem en gevorderd, kort gezegd;
- —
te verklaren ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.