HR, 05-03-2013, nr. 12/03164
ECLI:NL:HR:2013:BZ2963
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
05-03-2013
- Zaaknummer
12/03164
- Conclusie
Mr. Knigge
- LJN
BZ2963
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2013:BZ2963, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑03‑2013; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5739, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ2963
ECLI:NL:PHR:2013:BZ2963, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑02‑2013
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ2963
Arrest gerechtshof: ECLI:NL:GHAMS:2011:BX5739
- Vindplaatsen
Uitspraak 05‑03‑2013
Inhoudsindicatie
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk.
5 maart 2013
Strafkamer
nr. S 12/03164
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 18 november 2011, nummer 23/002062-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Wortelboer, advocaat te Alkmaar, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel, als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken op 5 maart 2013.
Conclusie 05‑02‑2013
Mr. Knigge
Partij(en)
Nr. 12/03164
Mr. Knigge
Zitting: 5 februari 2013
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
Het beroep in cassatie van verdachte heeft betrekking op een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam.
2.
Het enige middel klaagt over de schending van de inzendtermijn. Dat betekent dat het middel bij gebrek aan voldoende belang niet tot cassatie kan leiden (HR 11 september 2012, LJN BX0146, rov. 2.2.4).
3.
Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk kan worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG