JAR 2017/35
Aan 2,5 jaar na mondelinge behandeling opgesteld proces-verbaal over overeengekomen ontbindingsvergoeding komt dwingend bewijskracht toe.
HR 23-12-2016, ECLI:NL:HR:2016:2990
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
23 december 2016
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron
- Zaaknummer
15/04817
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2990, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 23‑12‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:1167, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑11‑2016
- Wetingang
Essentie
Op 28 mei 2010 treffen partijen tijdens de mondelinge behandeling van het ontbindingsverzoek, een minnelijke regeling. Partijen komen overeen dat de werknemer per 1 juni 2010 uit dienst treedt en een bruto beëindigingsvergoeding ontvangt van € 45.000. Eén jaar later, op 4 juli 2011, maakt de werknemer aanspraak op zijn winstdeling ter hoogte van 5% van de groepswinst over 2009. Dit komt neer op een bruto bedrag van € 61.507,55. De werkgever wijst naar de getroffen regeling tijdens de mondelinge behandeling en het feit dat partijen een finale kwijting zijn overeengekomen. De werknemer is echter van mening dat zijn winstdeling geen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.