PJ 2025/130
De waarde van verkregen pensioen bij overlijden dat in mindering komt op de vrijstelling van successierecht dient te worden vastgesteld met toepassing van artikel 23 oud Successiewet.
HR 04-06-1980, ECLI:NL:HR:1980:AB8781 (Leidraad)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juni 1980
- Magistraten
Mrs. Van Dijk, Reynders, Van Vucht, Van Der Vorm, Bloembergen
- Zaaknummer
19058
- LJN
AB8781
- Roepnaam
Leidraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Schenk- en erfbelasting (V)
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1980:AB8781, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑06‑1980
- Wetingang
Art. 32 lid 2 SW 1956
Essentie
De waarde van verkregen pensioen bij overlijden dat in mindering komt op de vrijstelling van successierecht dient te worden vastgesteld met toepassing van artikel 23 oud Successiewet.
Samenvatting
Deze uitspraak uit 1980 is op 9 oktober 2025 gepubliceerd, reden waarom deze thans in PJ is opgenomen. De Hoge Raad oordeelt:
dat het hof terecht heeft geoordeeld, dat het bedrag van de waarde van het verkregen pensioenrecht, dat in mindering strekt op de vrijstelling, bedoeld in artikel 32, lid 1, onder 4°, letter a, van de Successiewet 1956, behoort te worden vastgesteld met inachtneming van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.