BA 2018/227
Spoedeisende bestuursdwang, sluiting drugswoning, beleid niet onredelijk, beoordeling op basis van EU richtlijn vóór afloop van uiterste implementatietermijn
RvS 04-07-2018, ECLI:NL:RVS:2018:2229
- Instantie
Raad van State
- Datum
4 juli 2018
- Zaaknummer
201707409/1/A3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Staatsrecht / Wetgeving
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:2229, Uitspraak, Raad van State, 04‑07‑2018
- Wetingang
Art. 13b lid 1 Opiumwet; art. 6 lid 1 Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM); art. 3 Verdrag inzake de rechten van het kind (IVRK); Richtlijn (EU) 2016/343 van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn; Beleidsregels van de burgemeester van Brunssum voor de toepassing van artikel 13b Opiumwet en 174a Gemeentewet (Beleidsregel)
Essentie
Spoedeisende bestuursdwang, sluiting drugswoning, beleid niet onredelijk, beoordeling op basis van EU richtlijn vóór afloop van uiterste implementatietermijn
Samenvatting
Tegen de wijze waarop de burgemeester de last [onder bestuursdwang] door feitelijk handelen uitvoert, is geen bezwaar en beroep mogelijk. De rechtbank heeft ten onrechte een oordeel gegeven over de wijze van uitvoering van de last. In de [wets]geschiedenis van art. 13b lid 1 Opiumwet is in algemene zin vermeld dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan, maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.