RBP 2024/97:Kort geding. Als hoger beroep zich richt tegen toewijzing van vorderingen versterkt met dwangsomveroordeling bij verstek en in verzetprocedure, dient appelrechter als hij oordeelt dat spoedeisend belang ten tijde van zijn beslissing ontbreekt en ontbrak ten tijde van verzetvonnis, te onderzoeken of toewijzing van de vordering met dwangsomveroordeling in het verstekvonnis terecht was?