Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/1.1
1.1 Onderwerp van onderzoek
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90777:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Schumpeter 1939; Goldsmith 1969; Schumpeter 1983; King & Levine, Quarterly Journalof Economics 1993/108, p. 717–738; Merton & Bodie 1995, p. 3–31; Goode, Texas International Law Journal 1998/33, p. 47, 50; Drobnig, Texas International Law Journal 1998/33, p. 54; Cohen, University of Pennsylvania Journal of International Economic Law 1999, p. 428; McCormack 2004, p. 18-19, 21; Buch & Neugebauer, Journal of Banking & Finance 2011/35, p. 2179-2187; Akseli 2011, paragraaf 1.3.1, 1.3.5; Berger & Udell, Journal of Banking & Finance 2006/30, p. 2945-296; Dirix 2013, p. 2; Verstijlen, WPNR 2013/6983, p. 563-564; Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/9. Zie eveneens hoofdstuk 2, paragraaf 2.8.1.1.
Gilmore 1965, p. 74-75; Goode, Texas International Law Journal 1998/33, p. 47, 50; Drobnig, Texas International Law Journal 1998/33, p. 54; McCormack 2004, p. 15-17; Akseli 2011, paragraaf 2.4.2.1; Dirix 2013, p. 2; Asser/Van Mierlo 3-VI 2016/9.Zie eveneens hoofdstuk 2, paragraaf 2.8.1.2.
Hoofdstuk 2, paragraaf 2.2-2.5.
Hoofdstuk 2, paragraaf 2.2-2.5.
Krediet is een motor van economische groei. Een belangrijke vorm van krediet is het leverancierskrediet. De leverancier verkoopt en levert zaken aan de koper zonder gelijktijdig de koopprijs voor deze zaken te ontvangen. Hij levert de zaken tegen een uitgestelde betaling. Dit leverancierskrediet vormt een belangrijke financieringsbron voor ondernemingen, aangezien de koop en verkoop van zaken een sleutelactiviteit in de economie is en vrijwel elke onderneming zaken op krediet koopt of verkoopt. Deze kredietverstrekking leidt tot meer handel en bedrijvigheid en is zodoende een onmisbare factor voor economische groei, zo wordt vrij algemeen aanvaard in de (internationale) economische en juridische literatuur.1 Ook wordt aangenomen dat de verlening van (leveranciers)krediet gestimuleerd wordt door de verstrekkers ervan de mogelijkheid te geven om zekerheid te verkrijgen voor het verstrekte krediet. Voor economische groei zijn zekerheidsrechten daarom essentieel.2
De wetgevers in het Nederlandse, Duitse, Belgische en Amerikaanse recht onderschrijven deze gedachte.3 Het Nederlandse recht geeft deze gedachte onder meer vorm door de rechtsfiguur van het eigendomsvoorbehoud. Ook in het Duitse en Belgische recht wordt het eigendomsvoorbehoud gezien als de rechtsfiguur die bij uitstek zekerheid biedt voor leverancierskrediet. Het Amerikaanse recht kent de purchase-money security interest als functioneel vergelijkbare rechtsfiguur. Er zijn echter meer wijzen waarop rechtsstelsels zekerheid kunnen bieden voor leverancierskrediet. In deze rechtstelsels kan de leverancier bijvoorbeeld een voorbehouden pandrecht bedingen, komt hem het recht van reclame of een voorrecht toe, maar is het ook mogelijk dat partijafspraken omtrent de eigendomstoewijzing bij zaaksvorming of een zaaksvervangingsregel bij doorverkoop deze functie vervullen.
Deze opsomming illustreert de verschillende wijzen waarop de rechtsstelsels zekerheid voor leverancierskrediet (kunnen) vormgeven. Een gemeenschappelijk kenmerk is dat deze rechtsfiguren voorrang toekennen aan de leverancier vóór andere schuldeisers bij het nemen van verhaal voor het verstrekte leverancierskrediet. De wetgevers en rechters in de vier rechtsstelsels achten het gerechtvaardigd om voorrang te verbinden aan leverancierskrediet.4 Er bestaan echter wel verschillen in uitwerking tussen de rechtsstelsels. Niet alleen de vormgeving verschilt, maar ook de mate waarin de leverancier voorrang verkrijgt boven andere schuldeisers.
In dit proefschrift is onderzocht welke rechtvaardiging ten grondslag ligt aan de voorrang voor leverancierskrediet. Verder is geanalyseerd op welke wijzen en in welke mate in het Nederlandse, Duitse, Belgische en Amerikaanse recht voorrang wordt geboden voor leverancierskrediet, en hoe de overeenkomsten en verschillen verklaard kunnen worden. Tot slot is onderzocht in hoeverre de rechtsvergelijking voor de Nederlandse wetgever of rechter als argument of inspiratie kan dienen om het Nederlandse recht inzake de inrichting van de voorrang voor leverancierskrediet te wijzigen of te heroverwegen.