Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/4.1:4.1 Inleiding
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS346801:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoofdstuk 3 sloot ik af met de onderzoeksvraag in hoeverre het mogelijk is synthetische belangen meer in te bedden in het vennootschapsrecht. In hoofdstuk 2 kwam aan de orde dat synthetische belangen steeds het gehele of gedeeltelijke economische belang bij het aandeel, dan wel het juridische en een eventueel residueel economisch belang bij het aandeel betreffen, maar bleek ook dat de verscheidenheid van synthetische (economische) belangen groot is. Niet voor de hand ligt aan elk economisch belang vennootschapsrechtelijke rechten en verplichtingen te verbinden. Met het oog op het vinden van aanknopingspunten voor het verbinden van vennootschapsrechtelijke rechten en verplichtingen aan synthetische (economische) belangen is het nodig enige structuur aan te brengen. Die structuur kan gevonden worden door in de verscheidenheid van synthetische (economische) belangen een aantal gemeenschappelijke kenmerken te onderscheiden. Die kenmerken kunnen worden afgeleid uit (de geschiedenis van) regelgeving en uit jurisprudentie waarin al op enige manier rekening wordt gehouden met (sommige) economische belangen of waarin die belangen al enige plaats hebben gevonden. Aan de orde komen (i) de inbedding van certificaten van aandelen in Boek 2 BW; (ii) de toegang tot het enquêterecht; en (iii) de regels voor het melden van kapitaalbelang in uitgevende instellingen. Op basis van die regelgeving en jurisprudentie kan een aantal kenmerken worden vastgesteld aan de hand waarvan synthetische (economische) belangen kunnen worden beoordeeld. Die kenmerken kunnen dienen als hulpmiddel bij de vraag aan welke criteria synthetische (economische) belangen moeten voldoen om daar eventueel vennootschapsrechtelijke rechten en verplichtingen aan te kunnen verbinden.
Opgemerkt zij dat het houden van een synthetisch (economisch) belang het gevolg kan zijn van het (materieel) overdragen van dat economische belang door een aandeelhouder. In die situatie is er naast de persoon die het (gehele of gedeeltelijke) economische belang bij het aandeel houdt een aandeelhouder zonder (of met verminderd) economisch belang bij zijn aandeel. Bij de eerste persoon is het economische belang groter dan het juridische belang, bij de ander is het juridische belang groter dan het economische belang. Zoals uiteengezet in paragraaf 2.3.1 en 2.4.1 behoeven synthetische (economische) belangen echter geen betrekking te hebben op bestaande aandelen. Daarom is niet steeds sprake van een aandeelhouder die het economische belang bij zijn aandelen overdraagt. In zo’n geval is er dus geen aandeelhouder met kleiner economisch belang dan juridische belang; alleen een persoon met groter economisch belang dan juridisch belang. Dit hoofdstuk 4 heeft betrekking op de kenmerken van synthetische (economische) belangen.