Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/4.4
4.4 Conclusie en rechtsvergelijking
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS91007:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1.1, 4.2.1.3 en 4.2.2.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.3.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.4.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1.2 en 4.3.3.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1.1 en 4.2.2. Hierop geldt voor het Nederlandse recht een uitzondering als de overeenkomst een overeenkomst van goederenkrediet is en partijen de toepasselijkheid van art. 7:84 e.v. BW niet hebben uitgesloten.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.3. De Pandwet zal ondanks de functionele benadering niet vereisen dat het eigendomsvoorbehoud wordt geregistreerd in het Pandregister.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.4.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.1.2.
Hoofdstuk 4, paragraaf 4.3.
De consensuele voorrangspositie voor leverancierskrediet wordt op verschillende wijzen vormgegeven in de vier rechtsstelsels.
In het Nederlandse, Duitse en Belgische recht kan de leverancier een eigendomsvoorbehoud bedingen.1 De leverancier behoudt zich de eigendom van de geleverde zaken voor tot zekerheid van betaling van de koopprijs. Doordat de koper de onvoorwaardelijke eigendom nog niet verkrijgt, komt op de zaak geen (bij voorbaat gevestigd) zekerheidsrecht ten gunste van een andere schuldeiser te rusten. Een pandrecht op het voorwaardelijke eigendomsrecht van de koper doorkruist de voorrangspositie ook niet. Daarnaast bepaalt art. 58 Pandwet voor het Belgische recht dat het eigendomsvoorbehoud superprioriteit heeft. Dit is het gevolg van de functionele benadering die ten grondslag ligt aan Belgische zekerhedenrecht. Op deze wijze staat buiten kijf dat het eigendomsvoorbehoud voorrang heeft op een (eerder) gevestigd pandrecht op dezelfde zaak.2
Ook aan Article 9 UCC ligt een functionele benadering ten grondslag. Waar het Belgische recht nog een uitzondering maakt op deze benadering door het eigendomsvoorbehoud als afzonderlijke rechtsfiguur toe te staan, leidt de functionele benadering in Article 9 UCC ertoe dat de leverancier zich niet de eigendom van de geleverde zaken kan voorbehouden. De leverancier kan wel een purchase-money security interest vestigen en voltooien op de geleverde zaken tot zekerheid van betaling van de koopprijs. Aan deze purchase-money security interest is superprioriteit verbonden, zodat de leverancier een eerste zekerheidsrecht heeft op de zaken ongeacht het moment van voltooiing.3 Het eigendomsvoorbehoud en de purchase-money security interest leiden daarmee tot hetzelfde resultaat: een voorrangspositie voor leverancierskrediet.
Daarnaast heeft de leverancier in het Nederlandse (en het Belgische) recht de mogelijkheid om door middel van een beperkt zekerheidsrecht een voorrangspositie te verkrijgen. Bij de overdracht van zaken kan de leverancier zich namelijk een pandrecht voorbehouden. Hij verkrijgt dan een eerste pandrecht, ook als eerder in tijd door de koper een pandrecht (bij voorbaat) op de zaak is gevestigd. Ondanks dat de wetgever niet beoogd heeft om met deze rechtsfiguur een voorrangspositie te creëren voor leverancierskrediet, heeft het voorbehouden pandrecht dit wel tot gevolg.4
Er bestaan verschillen in de wijzen van vestiging c.q. totstandkoming van de voorrangspositie. In het Nederlandse en Duitse recht kan de leverancier vormvrij een eigendomsvoorbehoud bedingen.5 Daarentegen vereist het Belgische recht dat het eigendomsvoorbehoud op schrift wordt gesteld.6 Voor de vestiging van de purchase-money security interest in het Amerikaanse recht gelden de meeste vestigingsvereisten. Naast een schriftelijke zekerheidsovereenkomst, dient een financing statement geregistreerd te worden in een openbaar register. Tot slot dient de leverancier voor de voltooiing van een purchase-money security interest op inventory kennisgevingen te sturen aan alle schuldeisers met geregistreerde zekerheidsrechten op dezelfde inventory van de koper.7 Voor het vestigen van een voorbehouden pandrecht naar Nederlands recht gelden ook vestigingsformaliteiten.8
De leverancier kan ook kiezen voor een overige zekerheidsrecht: het pandrecht, de zekerheidsoverdracht en de security interest. Er kunnen verschillende redenen zijn om te kiezen voor een overig zekerheidsrecht. De ruime(re) reikwijdte van dit zekerheidsrecht en de toepassing in het kader van verlengde zekerheid vormen veelal de belangrijkste redenen. Het grootste nadeel van dit zekerheidsrecht is dat het rang neemt naar het moment van vestiging c.q. totstandkoming.9
Kortom, de leverancier heeft de keuze tussen twee typen consensuele zekerheidsrechten: zekerheidsrechten die een voorrangspositie creëren en overige zekerheidsrechten. Bij zijn keuze dient de leverancier naast de rang van het zekerheidsrecht, de reikwijdte van het zekerheidsrecht, de kosten en moeite van vestiging en executie en de mogelijkheid dat al eerder in tijd zekerheidsrechten zijn gevestigd af te wegen.