NJB 2021/2894:Na het overlijden van een erflaatster stelt een eiseres vorderingen tegen een erfgenaam in op grond van haar stelling dat deze de nalatenschap zuiver heeft aanvaard. Hoge Raad: 1. Zuivere aanvaarding. Gedragingen. Uit gedragingen van een erfgenaam mag niet te snel worden afgeleid dat deze de bedoeling heeft de nalatenschap zuiver te aanvaarden. Het oordeel van het hof dat de erfgenaam, door in opdracht van de erflaatster ten laste van de nalatenschap geld te besteden aan gebak voor het personeel en cadeaubonnen voor de alfahulp, zich niet ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam heeft gedragen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook zonder nadere motivering begrijpelijk. Het (doen) afvoeren van (delen van) een inboedel van de erflater zonder reële economische waarde naar een kringloopwinkel of milieudepot kan niet worden aangemerkt als een daad van zuivere aanvaarding. 2. Stelplicht. Eiseres heeft gesteld dat de erfgenaam heeft beschikt over de televisie en sieraden van de erflaatster. Het oordeel van het hof dat eiseres deze stelling niet voldoende heeft onderbouwd, is niet begrijpelijk.