NJ 1916, p. 595
HR, 03-01-1916
HR 03-01-1916, ECLI:NL:HR:1916:137
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 januari 1916
- Magistraten
Voorzitter: Mr. A. M. B. Hanlo., Raden; Mrs. C. O. Segers, H. Hesse, Jhr. Rh. Feith en Dr. L. E. Visser.
- Zaaknummer
[03011916/NJ_1916,_p._595]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vervoersrecht (V)
Douane (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1916:137, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑01‑1916
- Wetingang
(Uit- en vervoerwet 1914 art. 2.)
Samenvatting
Waar „uitvoeren" in den zin der Wet van 4 Augustus 1914 (S. 344) mede het vervoer van goederen van eene plaats in het binnenland in de richting der rijksgrens omvat, wanneer dit geschiedt met de bedoeling van en zich aansluit aan een brengen van die goederen over de rijksgrens naar het buitenland, is dit „uitvoeren" begonnen, zoodra met gezegd vervoer een aanvang is gemaakt, hetgeen, bij gebruikmaking van een vervoermiddel, geacht kan worden het geval te zijn, wanneer de goederen met het oog op de te maken reis zijn ingeladen.
I. c mocht worden aangenomen, dat de door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.