Prg. 2025/196
Bij de vordering tot ontruiming van een huurwoning dient het belang van het kind op grond van artikel 3 van het IVRK een eerste overweging te zijn. Maar niet als de huurachterstand zo groot en het betaalgedrag zo slecht is, dat ontruiming prevaleert.
Rb. Rotterdam 09-05-2025, ECLI:NL:RBROT:2025:6042
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
9 mei 2025
- Magistraten
Mr. B.J.R. van Tongeren
- Zaaknummer
11524543 CV EXPL 25-2344
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2025:6042, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 09‑05‑2025
- Wetingang
Essentie
Huurrecht. Is feit dat minderjarig kind huurwoning bewoont, reden om vordering tot ontruiming af te wijzen?
Nee. Belang minderjarig kind moet eerste overweging zijn, maar gelet op huurachterstand van € 5.038,20 en betaalgedrag huurders weegt belang woonstichting zwaarst.
Samenvatting
Gedaagden huren een woning via een woonstichting. Zij bewonen de woning samen met hun twee zonen, waarvan één minderjarig is. De woonstichting vordert betaling van een huurachterstand van € 5.038,20 plus incassokosten, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Gedaagden verweren zich met de stelling dat sprake is van verschillende persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.