TvI 2025/9
HR, 12-01-2024, nr. 21/05264
HR 12-01-2024, ECLI:NL:HR:2024:23, m.nt. Mr. dr. J. van der Pijl
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 januari 2024
- Zaaknummer
21/05264
- Noot
Mr. dr. J. van der Pijl
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7387:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:543, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:730, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 05‑07‑2024
ECLI:NL:HR:2024:23, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑01‑2024
ECLI:NL:PHR:2023:1193, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑12‑2023
ECLI:NL:HR:2023:887, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑06‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:139, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 03‑02‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑02‑2022
Samenvatting
Faillissement werkgever. Welke gevolgen heeft faillietverklaring van de werkgever op lopende procedures die voorafgaand aan het faillissement waren ingesteld tegen deze werkgever?
Uit vaste rechtspraak van (ook) de HR over dit onderwerp blijkt dat doorslaggevend voor de vraag of een procedure ten aanzien van niet-verifieerbare vorderingen in faillissement voortgezet of geschorst dient te worden, is of voor de voortzetting van die procedure een zelfstandig belang bestaat. Dit belang dient los te staan van het belang dat de eiser heeft met betrekking tot de toewijsbaarheid van de verifieerbare vorderingen, zoals het betalen van loon. Uit eerdere rechtspraak blijkt dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.