NJB 2021/1817:Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr: voor een veroordeling ter zake daarvan is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte daarop was gericht. In casu is ‘s hofs bewezenverklaring in dit opzicht ontoereikend gemotiveerd.