NJB 2021/1817
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr: voor een veroordeling ter zake daarvan is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte daarop was gericht. In casu is ‘s hofs bewezenverklaring in dit opzicht ontoereikend gemotiveerd.
HR 08-06-2021, ECLI:NL:HR:2021:836
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
8 juni 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, C. Caminada
- Zaaknummer
20/00523
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:836, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 08‑06‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:355, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 13‑04‑2021
- Wetingang
(art. 285 Sr)
Essentie
Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, art. 285 Sr: voor een veroordeling ter zake daarvan is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen en dat het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte daarop was gericht. In casu is ‘s hofs bewezenverklaring in dit opzicht ontoereikend gemotiveerd.
Uitspraak
Inleiding
Verdachte is veroordeeld omdat hij – kort gezegd – ‘[benadeelde] (toezichthoudend ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.