NJB 2024/875
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Ontbreken bereidheid te worden gehoord. Hoge Raad: Niet blijkt waaruit de rechtbank heeft afgeleid dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
HR 05-04-2024, ECLI:NL:HR:2024:547
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 april 2024
- Magistraten
Mrs. C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
23/04689
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:547, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑04‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:135, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑02‑2024
- Wetingang
(art. 6:1 lid 1 Wvggz)
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Ontbreken bereidheid te worden gehoord. Hoge Raad: Niet blijkt waaruit de rechtbank heeft afgeleid dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. F.W.E. Eijsvogels, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In dit geding heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden.
Betrokkene is niet verschenen bij de mondelinge behandeling.
Hoge Raad
De rechtbank heeft geoordeeld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, maar heeft daarbij niet de gronden vermeld waarop dat oordeel berust. Ook uit rov. 2.7 blijkt niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.