FED 2021/19
De uitzondering in art. 34 onderdeel e Verdrag van Wenen op de vrijstelling voor diplomaten geldt niet voor de feitelijke parkeerbelasting.
HR 06-11-2020, ECLI:NL:HR:2020:1729, m.nt. mr. dr. G. Groenewegen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 november 2020
- Magistraten
Mrs. Koopman, Fierstra, Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
19/03212
- Noot
mr. dr. G. Groenewegen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS250994:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1729, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑11‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:697, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑07‑2020
- Wetingang
Art. 34 onderdeel e Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer
Essentie
De uitzondering in art. 34 onderdeel e Verdrag van Wenen op de vrijstelling voor diplomaten geldt niet voor de feitelijke parkeerbelasting.
Samenvatting
Uitzondering op de vrijstelling voor personen met een diplomatieke status in art. 34 onderdeel e Verdrag van Wenen geldt alleen voor heffingen die ‘uitsluitend’ dienen als een bijdrage in de kosten ter zake van verleende diensten. Daaraan voldoet de feitelijke parkeerbelasting niet waardoor niet kan worden (na)geheven.
Uitspraak
Het geschil betreft een naheffing parkeerbelasting.