HR, 18-02-2011, nr. 09/04638
ECLI:NL:HR:2011:BK9157
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18-02-2011
- Zaaknummer
09/04638
- Conclusie
Mr. J. Spier
- LJN
BK9157
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2011:BK9157, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2011; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BK9157
ECLI:NL:PHR:2011:BK9157, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑01‑2010
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2011:BK9157
- Vindplaatsen
AR-Updates.nl 2011-0126
VAAN-AR-Updates.nl 2011-0126
Uitspraak 18‑02‑2011
Inhoudsindicatie
Arbeidsrecht. Dringende reden voor onverwijlde opzegging arbeidsovereenkomst (als bedoeld in art. 7:677 BW)? Art. 81 RO.
18 februari 2011
Eerste kamer
09/04638
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. de Visser,
t e g e n
MITRA C.V.,
gevestigd te Doesburg,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Mitra.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 688041/07-18052 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 19 december 2007;
b. het arrest in de zaak 105.007.599/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Mitra is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Mitra begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 februari 2011.
Conclusie 08‑01‑2010
Mr. J. Spier
Partij(en)
Conclusie tot weigering verstek inzake
[Eiser]
tegen
Mitra C.V.
1.
Bij exploit van (kandidaat) deurwaarder Bosma te Drachten van 19 oktober 2009 is Mitra gedagvaard tegen de zitting van Uw Raad van 30 oktober 2009. De zaak is evenwel niet bij de Hoge Raad aangebracht.
2.
Bij exploit van (kandidaat) deurwaarder Levelink te Groningen van 11 november 2009 is Mitra andermaal gedagvaard, thans tegen de zitting van 20 november 2009. Dit exploit vermeldt aan het slot dat [eiser] zal ‘concluderen zoals en op de middelen zoals in de dagvaarding van mij d.d. negentien oktober tweeduizendnegen aan [A] Holding is beschreven’.
3.
Aldus is voor Mitra — en trouwens ook voor de Hoge Raad — duister waartoe het herstelexploit probeert te strekken. Het belangrijkste probleem is dat wordt gerept van een dagvaarding aan [A] Holding, die evenwel — in elk geval zonder zéér gedegen nadere toelichting die ontbreekt — irrelevant is voor Mitra. Bovendien is de eerdere dagvaarding, anders dan het herstelexploit wil doen geloven, niet ‘door mij’ (d.i. Levelink) uitgereikt. Ook daarom is voor Mitra volstrekt onduidelijk waartoe het herstelexploit probeert te strekken en waartoe zij wordt gedagvaard.
4.
Hieraan doet niet af dat het herstelexploit vermeldt dat een afschrift van het eerdere exploit is betekend. En wel om drie redenen:
- a)
niet blijkt welk stuk is betekend;
- b)
in deze passage heeft de deurwaarder doorgehaald dat het eerdere exploit door haar is betekend. Dat vergroot slechts de verwarring over de onder 3 genoemde passage;
- c)
in deze zaak is door de cassatieadvocaat — mr De Visser — en/of de deurwaarder zó slordig gehandeld, dat geen betekenis kan worden toegekend aan niet kenbare stukken die zouden zijn meebetekend.
5.
Nu het niet-tijdig inschrijven op volstrekt ondeugdelijke wijze is ‘hersteld’, moet het verstek worden geweigerd. Zeker in de huidige tijd, waarin de Hoge Raad bezwijkt onder het aantal zaken, ware aan dit soort zaken geen inhoudelijke tijd te besteden. Daarom kom ik aan een ander gebrek, dat m.i. niet dodelijk zou zijn geweest, niet toe.
Conclusie
Ik concludeer tot weigering van het verstek.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Advocaat-Generaal