RAR 2025/15
Studiekostenbeding. Is het tussen het advocatenkantoor en een advocaat-stagiaire overeengekomen studiekostenbeding nietig op grond van art. 7:611a lid 4 BW?
Hof Den Haag 22-10-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1877
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. C.A. Joustra, H.J. van Harten, J.S. Honée
- Zaaknummer
200.340.178/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994733:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:1877, Uitspraak, Hof Den Haag, 22‑10‑2024
- Wetingang
Essentie
Studiekostenbeding. Prejudiciële vraag.
Is het tussen het advocatenkantoor en een advocaat-stagiaire overeengekomen studiekostenbeding nietig op grond van art. 7:611a lid 4 BW?
Samenvatting
Werknemer is een advocaat-stagiaire die in dienst is getreden bij werkgever, een advocatenkantoor, op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werkgever betaalt de kosten voor de Beroepsopleiding Advocatuur. In de arbeidsovereenkomst is een studiekostenbeding opgenomen dat omschrijft in welke situaties werknemer de studiekosten voor de beroepsopleiding moet terugbetalen. Na een ontslag op staande voet verzoekt werknemer de kantonrechter onder meer voor recht te verklaren dat het ontslag niet rechtsgeldig was, met veroordeling ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.