Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2006/118/EG inzake de voorkoming en beheersing van grondwaterverontreiniging
Bijlage I Kwaliteitsnormen (KN) voor grondwaterverontreinigende stoffen en indicatoren van verontreiniging
Geldend
Geldend vanaf 10-05-2026
- Bronpublicatie:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/805 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/805)
- Inwerkingtreding
10-05-2026
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
30-03-2026, PbEU L 2026, 2026/805 (uitgifte: 20-04-2026, regelingnummer: 2026/805)
- Vakgebied(en)
Waterrecht (V)
Indien met betrekking tot een gegeven grondwaterlichaam wordt verondersteld dat de toepassing van de grondwaterkwaliteitsnormen ertoe kan leiden dat de in artikel 4 van Richtlijn 2000/60/EG gespecificeerde milieudoelstellingen voor de bijbehorende oppervlaktewateren niet worden bereikt, of kan resulteren in een significante achteruitgang van de ecologische of chemische kwaliteit van die wateren of in significante schade aan terrestrische ecosystemen die rechtstreeks van dat grondwaterlichaam afhankelijk zijn, worden overeenkomstig artikel 3 van en bijlage II bij deze richtlijn stringentere drempelwaarden vastgesteld. Mits er een betrouwbare methode beschikbaar is om de aanwezigheid van grondwaterecosystemen te beoordelen, worden ook strengere grondwaterkwaliteitsnormen vastgelegd voor grondwaterlichamen waar dergelijke ecosystemen aanwezig zijn, tenzij de grondwaterkwaliteitsnormen zijn bepaald om de menselijke gezondheid te beschermen en reeds streng genoeg zijn om die ecosystemen te beschermen.
(1) | (2) | (3) | (4) | (5) | (6) |
|---|---|---|---|---|---|
Nr. | Naam van de stof | Categorie stoffen | CAS-nummer (1) | EU-nummer (2) | Kwaliteitsnorm (3) [μg/l tenzij anders aangegeven] |
1 | Nitraten | Nutriënten | niet van toepassing | niet van toepassing | 50 mg/l |
2 | Werkzame stoffen in bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van hun respectieve metabolieten en afbraak- en reactieproducten (4) | Bestrijdingsmiddelen | niet van toepassing | niet van toepassing | 0,1 (afzonderlijk) |
0,5 (totaal) (5) | |||||
3 | PFAS | ||||
3.1 | Som van PFAS | Industriële stoffen | Zie voetnoot 6 | Zie voetnoot 6 | De parameterwaarde zoals vastgelegd in deel B van bijlage I bij Richtlijn (EU) 2020/2184 (6) |
3.2 | Som van 4 PFAS (7) | Industriële stoffen | Zie voetnoot 7 | Zie voetnoot 7 | 0,0044 (7) |
4 | Carbamazepine | Farmaceutische producten | 298-46-4 | niet van toepassing | 2,5 (12) |
5 | Sulfamethoxazol | Farmaceutische producten | 723-46-6 | niet van toepassing | 0,1 (12) |
6 | Primidon | Farmaceutische producten | 125-33-7 | 2,5 (12) | |
7 | Niet-relevante metabolieten van bestrijdingsmiddelen (4) | Bestrijdingsmiddelen | niet van toepassing | niet van toepassing | 1 of tot 5 (8) (afzonderlijk) |
5 (9) of 12,5 (10) (totaal) (11) | |||||
8 | Trichloorethyleen en tetrachloorethyleen (de som van deze twee) | Industriële stoffen | 79-01-6 en 127-18-4 | 201-167-4 en 204-825-9 | 10 (totaal) (13) |
Voetnoten
CAS: Chemical Abstracts Service.
EU-nummer: Europese inventaris van bestaande chemische handelsstoffen (Einecs) of de Europese lijst van stoffen waarvan kennisgeving is gedaan (Elincs).
Deze parameter is de kwaliteitsnorm uitgedrukt als jaargemiddelde. Tenzij anders is aangegeven, is deze van toepassing op de totale concentratie van alle stoffen en isomeren.
Onder ‘bestrijdingsmiddelen’ worden gewasbeschermingsmiddelen en biociden verstaan zoals bedoeld in respectievelijk artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en artikel 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012.Voor die parameter monitoren de lidstaten de werkzame stoffen die aanwezig zijn in bestrijdingsmiddelen die momenteel of voorheen op hun grondgebied worden, respectievelijk werden gebruikt en alle werkzame stoffen waarvan is vastgesteld dat zij aanwezig zijn als gevolg van grensoverschrijdende verontreiniging, alsook hun relevante en niet-relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten, waarbij zij zich baseren op de overeenkomstig artikel 4, lid 2 bis, van deze richtlijn op te stellen lijst, indien beschikbaar. De lidstaten kunnen de monitoring van specifieke werkzame stoffen en hun metabolieten stopzetten indien die niet langer op hun grondgebied worden gebruikt, mits uit eerdere monitoring consequent is gebleken dat die stoffen en metabolieten niet voorkomen in het grondwaterlichaam.Een metaboliet van een bestrijdingsmiddel wordt als relevant beschouwd indien er reden is om aan te nemen dat de metaboliet intrinsieke eigenschappen heeft die vergelijkbaar zijn met die van de werkzame moederstof wat betreft de toxiciteit voor het te bestrijden plaagorganisme, of dat hij (zelf of via zijn omzettingsproducten) een gezondheidsrisico vormt voor de consument of het milieu.
Onder ‘totaal’ wordt verstaan de som van alle tijdens de monitoringprocedure vastgestelde en gekwantificeerde afzonderlijke bestrijdingsmiddelen, met inbegrip van de relevante metabolieten en afbraak- en reactieproducten daarvan.
Dit verwijst naar de PFAS die zijn opgenomen in deel B, punt 3, van bijlage III bij Richtlijn (EU) 2020/2184. De parameter en de kwaliteitsnorm worden bijgewerkt overeenkomstig de wijzigingen in die richtlijn.
Dit heeft betrekking op de volgende verbindingen, die met hun CAS-nummer en EU-nummer worden vermeld: perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), (CAS 355-46-4, EU 206-587-1); perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) (CAS 1763-23-1, EU 217-179-8); perfluoroctaanzuur (PFOA) (CAS 335-67-1, EU 206-397-9); perfluornonaanzuur (PFNA) (CAS 375-95-1, EU 206-801-3). Voor de som van vier PFAS hebben de vermelde CAS-nummers alleen betrekking op de geprotoneerde vorm van de individuele PFAS, maar de som is van toepassing op de totale concentratie van de opgeloste stoffen, met inbegrip van geprotoneerde en gedeprotoneerde vormen en hun lineaire en vertakte isomeren.
Dit heeft betrekking op de volgende verbindingen, die met hun CAS-nummer en EU-nummer worden vermeld: perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), (CAS 355-46-4, EU 206-587-1); perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) (CAS 1763-23-1, EU 217-179-8); perfluoroctaanzuur (PFOA) (CAS 335-67-1, EU 206-397-9); perfluornonaanzuur (PFNA) (CAS 375-95-1, EU 206-801-3). Voor de som van vier PFAS hebben de vermelde CAS-nummers alleen betrekking op de geprotoneerde vorm van de individuele PFAS, maar de som is van toepassing op de totale concentratie van de opgeloste stoffen, met inbegrip van geprotoneerde en gedeprotoneerde vormen en hun lineaire en vertakte isomeren.
Indien een betrouwbare methode beschikbaar is, beoordelen de lidstaten de aanwezigheid van grondwaterecosystemen in grondwaterlichamen waarvan de kenmerken het bestaan ervan zouden kunnen staven, en bepalen zij, indien dergelijke ecosystemen aanwezig zijn, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), voor deze stof een strengere drempelwaarde die toereikend is om die ecosystemen te beschermen.
Indien een betrouwbare methode beschikbaar is, beoordelen de lidstaten de aanwezigheid van grondwaterecosystemen in grondwaterlichamen waarvan de kenmerken het bestaan ervan zouden kunnen staven, en bepalen zij, indien dergelijke ecosystemen aanwezig zijn, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), voor deze stof een strengere drempelwaarde die toereikend is om die ecosystemen te beschermen.
Indien een betrouwbare methode beschikbaar is, beoordelen de lidstaten de aanwezigheid van grondwaterecosystemen in grondwaterlichamen waarvan de kenmerken het bestaan ervan zouden kunnen staven, en bepalen zij, indien dergelijke ecosystemen aanwezig zijn, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), voor deze stof een strengere drempelwaarde die toereikend is om die ecosystemen te beschermen.
Onder ‘bestrijdingsmiddelen’ worden gewasbeschermingsmiddelen en biociden verstaan zoals bedoeld in respectievelijk artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en artikel 3 van Verordening (EU) nr. 528/2012.Voor die parameter monitoren de lidstaten de werkzame stoffen die aanwezig zijn in bestrijdingsmiddelen die momenteel of voorheen op hun grondgebied worden, respectievelijk werden gebruikt en alle werkzame stoffen waarvan is vastgesteld dat zij aanwezig zijn als gevolg van grensoverschrijdende verontreiniging, alsook hun relevante en niet-relevante metabolieten, afbraak- en reactieproducten, waarbij zij zich baseren op de overeenkomstig artikel 4, lid 2 bis, van deze richtlijn op te stellen lijst, indien beschikbaar. De lidstaten kunnen de monitoring van specifieke werkzame stoffen en hun metabolieten stopzetten indien die niet langer op hun grondgebied worden gebruikt, mits uit eerdere monitoring consequent is gebleken dat die stoffen en metabolieten niet voorkomen in het grondwaterlichaam.Een metaboliet van een bestrijdingsmiddel wordt als relevant beschouwd indien er reden is om aan te nemen dat de metaboliet intrinsieke eigenschappen heeft die vergelijkbaar zijn met die van de werkzame moederstof wat betreft de toxiciteit voor het te bestrijden plaagorganisme, of dat hij (zelf of via zijn omzettingsproducten) een gezondheidsrisico vormt voor de consument of het milieu.
De lidstaten passen een standaardkwaliteitsnorm van 1 μg/l toe, tenzij zij betrouwbaar bewijs leveren, onder meer uit tests van acute en chronische toxiciteit op de taxonomische groep waarvan betrouwbaar wordt voorspeld dat deze de gevoeligste is, dat een meer of minder strenge norm gerechtvaardigd is, in welk geval zij die norm toepassen tot een maximum van 5 μg/l.
De totale concentratie van niet-relevante metabolieten waarvoor de standaardkwaliteitsnorm van 1 μg/l voor individuele niet-relevante metabolieten of een strengere norm geldt, mag niet hoger zijn dan 5 μg/l.
De totale concentratie van niet-relevante metabolieten waarvoor normen van meer dan 1 en maximaal 5 μg/l voor individuele niet-relevante metabolieten gelden, mag niet hoger zijn dan 12,5 μg/l.
Onder ‘totaal’ wordt verstaan de som van alle individuele niet-relevante metabolieten in elke kwaliteitsstandaardcategorie die bij de monitoringprocedure worden opgespoord en gekwantificeerd, welke som ten minste de overeenkomstig artikel 4, lid 2 bis, vermelde niet-relevante metabolieten moet omvatten.
Onder ‘totaal’ wordt verstaan de som van de concentraties van trichloorethyleen en tetrachloorethyleen..