Gst. 2019/54
Elektronisch verzending is mogelijk indien de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Sterke ontwikkeling elektronische verkeer met de overheid. Kenbaarmaking als bedoeld in artikel 2:14 Awb hoeft niet langer uitdrukkelijk te geschieden.
RvS 17-10-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3392, m.nt. M.A.J. West & S.L. Kombrink
- Instantie
Raad van State
- Datum
17 oktober 2018
- Magistraten
Mr. F.C.M.A. Michiels
- Zaaknummer
201706121/1/A3
- Noot
M.A.J. West & S.L. Kombrink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS33877:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:3392, Uitspraak, Raad van State, 17‑10‑2018
- Wetingang
(Art. 2:14, eerste lid, Awb)
Essentie
Elektronisch verzending is mogelijk indien de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs deze weg voldoende bereikbaar is. Sterke ontwikkeling elektronische verkeer met de overheid. Kenbaarmaking als bedoeld in artikel 2:14 Awb hoeft niet langer uitdrukkelijk te geschieden.
Samenvatting
Het kenbaar maken in de zin van artikel 2:14 van de Awb kan zowel impliciet als expliciet geschieden. De memorie van toelichting stelt weliswaar dat ‘voorlopig’ nog van uitdrukkelijke kenbaarmaking moet worden uitgegaan (Kamerstukken II 2001/02, 28483, 3, p. 11), maar die tekst dateert van ongeveer vijftien jaar voor het genomen bestreden besluit. Sindsdien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.