NJB 2023/397
Afzien van oproeping van niet verschenen getuigen i.d.z.v. art. 287 lid 3 Sv op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen, art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv: toepassing HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466, welk arrest inhoudt dat bij de toepassing van art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv de vraag voorop staat of het mogelijk is de getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen. Toepassing van die bepaling kan onder meer aan de orde zijn als het gaat om een getuige die niet traceerbaar is of als te verwachten valt dat de getuige pas na verloop van lange tijd kan worden gehoord. De rechter dient, voordat hij uitspraak doet, zich ervan dient te vergewissen dat de procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM (EHRM 15 december 2015, nr. 9154/10, Schatschaschwili/Duitsland). In casu is de afwijzende beslissing van het hof niet zonder meer begrijpelijk, omdat niet blijkt dat het hof heeft onderzocht of de getuige in hoger beroep, bijna viereneenhalf jaar na het oproepen en dagvaarden van betrokkene om te worden gehoord als getuige door de rechter-commissaris, wel binnen een afzienbare termijn kan worden gehoord.
HR 24-01-2023, ECLI:NL:HR:2023:8
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
24 januari 2023
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, M.J. Borgers, T. Kooijmans
- Zaaknummer
21/01987
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:8, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 24‑01‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1108, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 25‑01‑2022
- Wetingang
Essentie
Afzien van oproeping van niet verschenen getuigen i.d.z.v. art. 287 lid 3 Sv op de grond dat het onaannemelijk is dat de getuige binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zal verschijnen, art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv: toepassing HR 29 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:466, welk arrest inhoudt dat bij de toepassing van art. 288 lid 1, aanhef en onder a, Sv de vraag voorop staat of het mogelijk is de getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen. Toepassing van die bepaling kan onder meer aan de orde zijn als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.