JWB 2010/530
Ondernemingsrecht
HR 17-12-2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1805
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
17 december 2010
- Zaaknummer
09/01316
- LJN
BO1805
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2010:BO1805, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 17‑12‑2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO1805, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑10‑2010
- Wetingang
Art. 81 RO
Essentie
Ondernemingsrecht
Samenvatting
Casus
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 56807/HA ZA 99-815 van de rechtbank Haarlem van 3 mei 2006; en
b. het arrest in de zaak 06.005.566/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 9 december 2008.
Rechtsvraag
Kan een verplichting tot het toekennen van een beloning aan bestuurders van een vennootschap uitsluitend voortvloeien uit de redelijkheid en de billijkheid die de vennootschapsverhoudingen (mede) beheersen?
Beslissing
De in het middel aangevoerde klachten kunnen volgens de Hoge Raad niet tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.