NJB 2011/2114
HR, 01-11-2011, nr. 09/03761
HR 01-11-2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2338
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
1 november 2011
- Magistraten
Mrs. Koster, Thomassen en Loth
- Zaaknummer
09/03761
- Conclusie
A-G Hofstee
- LJN
BP2338
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Rechter
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Staatsrecht / Rechtspraak
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2011:BP2338, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 01‑11‑2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP2338, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑01‑2011
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑03‑2010
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad legt de klachten, die samen het eerste middel zouden moeten vormen, niet welwillend uit. Als maar een ‘middel’ dat wordt voorgesteld niet voldoet aan de aan het middel te stellen eisen volgt nietontvankelijkheid van het beroep (van de verdachte). Zijn er daarnaast wel rechtsgeldige middelen die echter niet slagen, dan wordt het beroep verworpen.
Uitspraak
De enkelvoudige kamer van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats te Leeuwarden, heeft bij arrest van 11 september 2009 verdachte bij verstek met toepassing van art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.