Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.5.2
3.5.5.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS584822:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Uit de omstandigheden wordt al snel afgeleid dat de oude schuldeiser krachtens lastgeving bevoegd is om de procedure voort te zetten. Zie hiervóór nr. 31 en 127. Zie HR 21 oktober 1983, NJ 1984,254 (Zomerdijk/Goudsblom), m.nt. Ma. Vgl. HR 28 oktober 1988, NJ 1989, 83, m.nt. JBMV; HR 20 september 1991, NJ 1992, 552, m.nt. JBMV; en HR 26 november 2004, NJ 2005, 41 (Haantjes/Damstra).
Zie HR 28 juni 1989, NJ 1990, 285. De eiser die kort na het instellen van het rechtsmiddel overleed, werd ontvankelijk verklaard. Het volgt ook uit de rechtspraak waaruit blijkt dat een procedure kan worden voortgezet door de oorspronkelijke procespartij die door rechtsopvolging onder algemene titel is opgehouden te bestaan. Zie bijvoorbeeld HR 15 juni 2001, NJ 2001, 435 (fusie); HR 19 maart 2004, NJ 2004, 619 (overlijden); HR 10 september 2004, NJ 2005, 223, m.nt. HJS onder NJ 2005, 224 (fusie); en HR 11 maart 2005, NJ 2005, 224, m.nt. HJS (zuivere splitsing). Vgl. ook H.J. Snijders in zijn noot (sub 6) onder HR 11 september 2009, NJ 2010, 415. Zie in dezelfde zin Winters 1997, p. 78. Anders: Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-van Gent 2009, nr. 49. Deze gevallen dienen te worden onderscheiden van het geval waarin de wederpartij pas tijdens de procedure op de hoogte komt van de procesonbevoegdheid van de procespartij ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding. Zie hiervóór nr. 129.
Zie M.v.T., Parl. Gesch. Herziening Rv., p. 395; HR 12 februari 2010, NJ 2010,98, JIN 2010/867, m.nt. J.W.A. Biemans; en HR 10 december 2010, JBPr 2011/17, m.nt. L.P. Broekveldt. Vgl. Mon. Beh. EK 4 december 2001, 26 855, p. 489 en p. 511; en Kamerstukken II 2002-2003, 28 863, nr. 3, p. 2. Vgl. Losbladige Burgerlijke Rechtsvordering 2002 (P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt), art. 225, aant. 2. Vgl. voor het oude recht o.a. de noot van Veegens onder HR 8 juni 1973, NJ 1974, 76 (Nauta/Staat); Ynzonides 2001, p. 741. Kritisch over deze mogelijkheid is Winters 1997, p. 80. Mocht de oude schuldeiser een belang houden bij de procedure, zoals een proceskostenveroordeling (zie daarover hierna nr. 149), dan kan hij ten aanzien van dat onderdeel in de procedure blijven. Voor het overige wordt hij als procespartij vervangen door de nieuwe schuldeiser.
140. Als de vordering overgaat tijdens de procedure, komt daarmee in beginsel de bevoegdheid van de oorspronkelijke schuldeiser te vervallen om in rechte nakoming te eisen. De nieuwe schuldeiser neemt echter niet van rechtswege de rol van formele procespartij over (art. 225 lid 2 tweede zin Rv). Vindt geen schorsing plaats, dan wordt na de overgang van de vordering het geding op naam van de oude schuldeiser voortgezet, ongeacht of de oude schuldeiser daartoe (krachtens lastgeving) bevoegd is.1 Dit geldt zelfs als de oude schuldeiser heeft opgehouden te bestaan. Aan het ontvallen van de procesbevoegdheid tijdens een eenmaal aanhangig gemaakte procedure worden geen sancties verbonden, in het bijzonder niet de sanctie van niet-ontvankelijkheid.2 Vindt de overgang van de vordering plaats en wil de nieuwe schuldeiser hangende instantie de plaats van de oude schuldeiser als formele procespartij innemen, dan dient schorsing van het geding plaats te vinden. Uit de parlementaire geschiedenis en rechtspraak volgt dat onder het ophouden van de rechtsbetrekkingen waarin een partij het geding voerde door een andere oorzaak dan rechtsopvolging onder algemene titel (art. 225 lid 1 sub c Rv) mede is begrepen het geval van rechtsopvolging onder bijzondere titel.3
Uit het voorgaande volgt in beginsel dat als de vordering stil wordt gecedeerd tijdens de procedure en het geding niet wordt geschorst ex art. 225 lid 1 Rv, het op naam van de stille cedent wordt voortgezet, ongeacht of hij daartoe bevoegd is krachtens lastgeving of niet. De overgang van de vordering als zodanig levert een grond voor schorsing op als bedoeld in art. 225 lid 1 sub c Rv.