V-N 2018/39.9
Geen afwaardering nabetalingsrecht door toepassing oude landbouwvrijstelling
HR 13-07-2018, ECLI:NL:HR:2018:1201, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 juli 2018
- Magistraten
Van Loon, Van Kalmthout, Faase
- Zaaknummer
16/02987
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS24612:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Fiscaal bestuursrecht / Standpuntbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1201, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑07‑2018
ECLI:NL:PHR:2017:79, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑01‑2017
Beroepschrift, Hoge Raad, 31‑01‑2017
- Wetingang
art. 8 lid 1 onderdeel b Wet IB 1964; art. 3.12 Wet IB 2001
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst een lezing toelaat die inhoudt dat, anders dan door de heer X wordt betoogd, de strekking van die overeenkomst niet is beperkt tot het geven van invulling aan het 'waarschijnlijk binnenkort'-criterium. De contante waarde van het nabetalingsrecht mag dus niet ten laste van de winst komen.
Samenvatting
Belanghebbende, X, is akkerbouwer en verkoopt in januari 2000 bijna 25 ha landbouwgrond aan een projectontwikkelaar. Partijen komen een nabetalingsregeling overeen, waardoor X een extra betaling krijgt als de grond de bestemming woningbouw krijgt. In maart 2003 sluit X met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.