Hof Den Haag, 21-07-2022, nr. 2200166722
ECLI:NL:GHDHA:2022:1389
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
21-07-2022
- Zaaknummer
2200166722
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHDHA:2022:1389, Uitspraak, Hof Den Haag, 21‑07‑2022; (Raadkamer, Beschikking)
Uitspraak 21‑07‑2022
Inhoudsindicatie
Voorlopige hechtenis, verzoek opheffing en schorsing wordt afgewezen. Verdachte is geschorst geweest tot aan de uitspraak; hervatting voorlopige hechtenis volgens de rechtbank. Het hof merkt op dat zodra een vonnis door de rechtbank is gewezen, artikel 5 EVRM geen grond meer oplevert om het verdere verloop van het strafproces in vrijheid af te wachten.
Partij(en)
datum beschikking: 21 juli 2022
GERECHTSHOF DEN HAAG
meervoudige raadkamer
BESCHIKKING
Gezien de vordering van de advocaat-generaal van 12 juli 2022 tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding met een termijn van honderdtwintig dagen in de zaak van:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Marokko),
thans gedetineerd in PI Rotterdam, locatie De Schie.
Procesgang
Het bevel tot gevangenhouding is, gelet op het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2022, ingevolge artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 12 augustus 2022.
In raadkamer zijn gehoord de verdachte, de waarnemend advocaat mr. G.A.J. van Gestel en de advocaat-generaal mr. F. Posthumus.
Beoordeling van de vordering verlenging gevangenhouding
Namens de verdachte is verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis omdat de ernstige bezwaren ontbreken en omdat voor de voorlopige hechtenis geen gronden aanwezig zijn en omdat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het hof is van oordeel – anders dan namens de verdachte is gesteld – dat de ernstige bezwaren en gronden aanwezig zijn, mede gelet op het veroordelend vonnis d.d. 10 juni 2022 en ziet derhalve geen reden om de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.
Voorts is het hof van oordeel dat zich – mede gelet op het veroordelend vonnis - thans niet de situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en ziet derhalve geen reden om de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.
Namens de verdachte is tevens verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op zijn persoonlijke belangen. Daartoe is onder meer aangevoerd dat hij fulltime aan het werk kan en dat hij er wil zijn voor zijn minderjarige kinderen.
Ten aanzien van dit verzoek overweegt het hof dat, mede gelet op het veroordelend vonnis, het belang van strafvordering bij het voortduren van de voorlopige hechtenis dient te prevaleren boven het belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof merkt daarbij op dat zodra een vonnis door de rechtbank is gewezen, artikel 5 EVRM – anders dan door de verdediging is betoogd – geen grond meer oplevert om het verdere verloop van het strafproces in vrijheid af te wachten. Daarbij komt dat het enkele feit dat voor de inhoudelijke behandeling bij het hof nog geen datum bekend is, op zichzelf geen gegronde reden voor schorsing kan vormen. De omstandigheid dat verdachte in een periode vóór het veroordelend vonnis geschorst is geweest en zich daarbij aan de voorwaarden heeft gehouden, maakt dat niet anders.
Dit brengt met zich mee dat het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen.
Beslissing
Het hof:
Gelet op het bepaalde in de artikelen 66, 66 lid 2, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering;
Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van HONDERDTWINTIG DAGEN en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in PI Rotterdam, locatie De Schie of enig ander huis van bewaring hier te lande.
Wijst af het verzoek om opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 21 juli 2022 door
mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,
mr. J. Eisses en mr. J.W. du Pon, leden,
in bijzijn van F. Abassi, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 21 juli 2022
de advocaat-generaal
Gezien door de directeur van PI Rotterdam, locatie De Schie op