Vgl. HR 7 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:9, NJ 2020/47.
HR, 06-07-2021, nr. 19/05520
ECLI:NL:HR:2021:1078
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
06-07-2021
- Zaaknummer
19/05520
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2021:1078, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑07‑2021; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2021:674
In cassatie op: ECLI:NL:GHARL:2019:10114
ECLI:NL:PHR:2021:674, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑03‑2021
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2021:1078
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2021-0225 met annotatie van J.H.J. Verbaan
Uitspraak 06‑07‑2021
Inhoudsindicatie
Medewerking weigeren aan bevel ademonderzoek, art. 163.2 WVW 1994. Verbeurdverklaring van fiets, art. 33a.1.b Sr. Is bewezenverklaard feit begaan ‘met betrekking tot’ verbeurdverklaarde fiets a.b.i. art. 33a.1.b? Inbeslaggenomen fiets is voertuig dat verdachte bestuurde toen bij verbalisanten verdenking rees dat hij dat voertuig onder invloed van alcohol bestuurde, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot bewezenverklaring van weigering mee te werken aan ademanalyse. ’s Hofs oordeel dat deze fiets vatbaar is voor verbeurdverklaring o.g.v. art. 33a.1.b Sr, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/05520
Datum 6 juli 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 november 2019, nummer 21-005458-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de verbeurdverklaring van een fiets en klaagt in het bijzonder over het oordeel van het hof dat het bewezenverklaarde is begaan ‘met betrekking tot’ de fiets.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 10 mei 2018 te Roden, gemeente Noordenveld, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.”
2.2.2
Het arrest van het hof houdt onder meer in:
“Oplegging van straf en/of maatregel
(...)
Beslag
Het (...) ten laste gelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggeven voorwerp. Het behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
(...)
Beslissing
(...)
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten Fiets Atb.”
2.3
Artikel 33a lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) luidt:
“Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn:
a. voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen;
b. voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan;
c. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;
d. voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd;
e. voorwerpen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd;
f. zakelijke rechten op of persoonlijke rechten ten aanzien van de onder a tot en met e bedoelde voorwerpen.”
2.4
De inbeslaggenomen fiets is het voertuig dat de verdachte bestuurde toen bij de verbalisanten de verdenking rees dat hij dat voertuig onder invloed van alcohol bestuurde, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot de bewezenverklaring van de weigering mee te werken aan een ademanalyse. Het oordeel van het hof dat deze fiets vatbaar is voor verbeurdverklaring op de grond van artikel 33a lid 1, aanhef en onder b, Sr, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
2.5
Het cassatiemiddel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2021.
Conclusie 16‑03‑2021
Inhoudsindicatie
Medewerking weigeren aan bevel ademonderzoek, art. 163.2 WVW 1994. Verbeurdverklaring art. 33a Sr. Is feit begaan ‘met betrekking tot’ verbeurdverklaarde fiets? HR: Inbeslaggenomen fiets is voertuig dat verdachte bestuurde toen bij verbalisanten verdenking rees dat hij dat voertuig onder invloed van alcohol bestuurde, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot bewezenverklaring van weigering mee te werken aan ademanalyse. ’s Hofs oordeel dat deze fiets vatbaar is voor verbeurdverklaring o.g.v. art. 33a.1.b Sr getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 19/05520
Zitting 16 maart 2021
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
De verdachte is bij arrest van 25 november 2019 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, wegens “overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken, met een proeftijd van twee jaren. Het hof heeft daarnaast de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven “Fiets Atb” verbeurd verklaard en een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf afgewezen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en mr. B.P.M. Canoy, advocaat te Leeuwarden, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel bevat de rechtsklacht dat het hof, na veroordeling wegens overtreding van art. 163, tweede lid, WVW 1994, een goed heeft verbeurd verklaard en daarbij ten onrechte heeft bepaald dat de weigering is begaan met dat goed.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“1.
hij op 10 mei 2018 te Roden, gemeente Noordenveld, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 en aan wie door een opsporingsambtenaar was bevolen medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van genoemde wet, niet heeft voldaan aan de verplichting ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en/of aan de verplichting gevolg te geven aan alle door een opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.”
5. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Een artikel 8 WVW 1994 proces-verbaal d.d. 10 mei 2018, onderdeel van het proces-verbaal met registratienummer PL0300/100520181725188202 van eenheid Noord-Nederland, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -:
als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
Proces-verbaal ter zake artikel 8 WVW 1994
Datum feit: 10-05-2018Tijdstip: 17:25
Weg/locatie: Spijkerzoom te Roden, gemeente Noordenveld
Ik heb gezien dat op de genoemde datum, tijdstip en weg/locatie, verdachte als bestuurder van het omschreven voertuig op de genoemde weg heeft gereden.
Ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gegeven voorschriften heb ik een onderzoek ingesteld.
Vordering ademtest1e contact : 17:22 uur
Vordering : 17:25 uur
Medewerking ademtestDe adem rook naar alcohol.
Verdachte sprak met dubbele tong.
Het voorlopig ademonderzoek werd uitgevoerd met een door de Minister aangewezen en goedgekeurd (ademtest)apparaat. Het resultaat van de ademtest werd direct aan de verdachte meegedeeld. Dat resultaat en/of de waarneming van alcohol bij het eerste contact, leidde tot een verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de WVW 1994.
Aanhouding
Datum: 10-05-2018 om 17:30 uurOverbrengen naar:
Politiebureau : Roden
Bevel ademanalyse op 10-05-2018 om 17:55 uur.
Voorgeleiding aan hulpofficier van justitie:
Ik heb de verdachte medegedeeld van welk strafbaar feit hij wordt verdachte en dat hij recht heeft op consultatie en verhoorbijstand voor eigen rekening. Dat hij mag afzien van die rechten, wat de gevolgen daarvan zijn en dat hij deze beslissing te allen tijde kan herroepen.
Ademanalyse
Weigering
Verdachte gaf mij op te zijn:
Naam : [verdachte]
Voornamen : [verdachte]
Geboren op : [geboortedatum]-1981 te [geboorteplaats]
2. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aanhouding, nummer PL0100-2018115569-2, d.d. 10 mei 2018, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]: Op donderdag 10 mei 2018, omstreeks 17.20 uur, zagen wij een man rijden op een soortgelijkend spartamet. Wij hoorden dat er een verbrandingsmotor op de fiets zat. Wij zagen dat de man in de richting reed van de Spijkerzoom te Roden. Dit betreft een voor al het verkeer openstaande weg. Wij zagen dat de man over de openbare weg reed. Op de Spijkerzoom te Roden hielden wij hem staande. Wij roken direct de geur van alcohol. Ik, verbalisant [verbalisant 1], vorderde van de man het identiteitsbewijs. De man gaf op te zijn [verdachte]. Daarop heb ik, verbalisant [verbalisant 1], [verdachte] gevorderd medewerking te verlenen aan de voorlopig onderzoek uitgeademde lucht. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat de uitslag van het voorlopige onderzoek uitgeademde licht een “F” betrof. Ik, verbalisant [verbalisant 1], deelde de uitslag aan [verdachte] mede. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zei tegen [verdachte] dat hij op vrijwillige wijze mee kon naar het bureau. Wij hoorden dat [verdachte] dit weigerde. Daarop heb ik, verbalisant [verbalisant 1], [verdachte] aangehouden.
3. Een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, nummer PL0100-2018115569-5, d.d. 10 mei 2018, voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - :
als relaas van verbalisant [verbalisant 3]: Op donderdag 10 mei 2018 omstreeks 18.05 uur, bevond ik me in het politiebureau te Roden in verband met een aanhouding van verdachte [verdachte]. Bij collega’s die hem hadden aangehouden blies hij op de drager een “F”. De collega’s [verbalisant 1] en [verbalisant 2] vorderden aan de verdachte medewerking aan een blaasproef op het ademanalyseapparaat. Ik hoorde dat verdachte zei dat hij hieraan geen medewerking wilde verlenen. Ik heb vervolgens in mijn hoedanigheid als hulpofficier van justitie de verdachte gevorderd om mee te werken aan de ademanalyse. Ik heb de verdachte ook gewezen op de consequenties van het niet meewerken aan deze ademanalyse. Ik hoorde dat hij tegen mij zei dat hij bij zijn weigering bleef.”
6. De bestreden uitspraak houdt onder meer in:
“Het onder 1 ten laste gelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp. Het behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
(…)Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggeven voorwerp, te weten:Fiets Atb.”
7. In de onderhavige zaak heeft het hof de verbeurdverklaring van de onder de verdachte inbeslaggenomen, maar nog niet teruggegeven fiets gebaseerd op art. 33a, eerste lid onder b Sr. Op grond van die bepaling zijn voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan vatbaar voor verbeurdverklaring. Onder ‘het strafbare feit’, ‘het feit’ en ‘het misdrijf’ in art. 33a, eerste lid, Sr moet telkens het bewezenverklaarde feit worden verstaan.1.Deze categorie heeft betrekking op de ‘corpora delicti’.2.Voor een verbeurdverklaring van een inbeslaggenomen voorwerp is voorts vereist dat het hof op grond van het onderzoek ter zitting in eerste aanleg en hoger beroep, meer in het bijzonder op grond van de aldaar ter sprake gebrachte stukken, heeft kunnen opmaken dat het bewezenverklaarde feit met betrekking tot het inbeslaggenomen voorwerp is begaan.3.
8. In aanmerking genomen dat bewezen is verklaard dat tegen de verdachte de ‘verdenking was gerezen als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994’ en dat uit bewijsmiddel 2 en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat dit voertuig de inbeslaggenomen fiets betreft waarop de verdachte reed voordat hij werd staande gehouden, getuigt het oordeel van het hof dat het bewezenverklaarde met betrekking tot deze fiets is begaan niet van een onjuiste rechtsopvatting. In het geval voormelde verdenking niet had komen vast te staan, had vrijspraak dienen te volgen van – kort gezegd – het niet voldoen aan de verplichting tot medewerking aan het bevolen ademonderzoek.4.Daarmee is het vereiste verband voor verbeurdverklaring van de ‘Fiets Atb’ meen ik gegeven.
9. Het middel faalt.
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
11. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 16‑03‑2021
Vgl. HR 6 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4668, NJ 2007/109, rov. 3.3. Zie ook de conclusie van mijn voormalig ambtgenoot A-G Knigge voor dit arrest onder 6.
Vgl. HR 13 februari 1979, ECLI:NL:HR:1979:AC2873, NJ 1979/303.