RI 2025/38
Heeft pandhouder die zijn pandrecht verliest door natrekking vordering uit ongerechtvaardigde verrijking op hypotheekhouder?
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:322
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, C.E. du Perron, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/01587
- Conclusie
A-G mr. E.B. Rank-Berenschot
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD9581:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:322, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:542, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑05‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑06‑2023
- Wetingang
Art. 6:212 BW
Essentie
Ongerechtvaardigde verrijking.
Heeft pandhouder die zijn pandrecht verliest door natrekking vordering uit ongerechtvaardigde verrijking op hypotheekhouder?
Samenvatting
Na het faillissement van een elektrolysefabriek is vloeibaar aluminium gestold en door natrekking bestanddeel geworden van de elektrolysefabriek. Het pandrecht van de eiseres tot cassatie (‘Glencore’) op het aluminium is daarmee verloren gegaan en de hypotheekrechten van verweersters in cassatie (‘NB c.s.’) op de elektrolysefabriek zijn zich ook over het aluminium gaan uitstrekken. In deze cassatieprocedure is aan de orde of Glencore op grond daarvan een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking heeft op NB c.s.
HR: Natrekking is een goederenrechtelijke ordeningsmaatregel en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.