HR, 12-07-2013, nr. 13/01197
ECLI:NL:HR:2013:CA3735
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
12-07-2013
- Zaaknummer
13/01197
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2013:CA3735, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 12‑07‑2013; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:CA3735, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2013:CA3735, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 31‑05‑2013
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:CA3735, Gevolgd
- Vindplaatsen
Uitspraak 12‑07‑2013
Partij(en)
12 juli 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01197
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van
[de moeder],wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E. El-Sharkawi,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Haaglanden en Zuid-Holland Noord, locatie Den Haag,zetelende te ’s-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
de beschikking in de zaak FA RK 12-654 van de rechtbank ’s-Gravenhage van 11 mei 2012;
de beschikking in de zaak 200.111.386/01 van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 12 december 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet- ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.
Conclusie 31‑05‑2013
Zaak 13/01197
Mr. P. Vlas
Zitting, 31 mei 2013
Conclusie inzake art. 80a RO:
[de moeder]
(hierna: de moeder),
tegen
De Raad voor de Kinderbescherming
te 's-Gravenhage
(hierna: de Raad)
1. Bij beschikking van 12 december 2012 heeft het hof 's-Gravenhage de beschikking van 11 mei 2012 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage bekrachtigd, waarbij de moeder is ontheven van het ouderlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] (hierna: de minderjarige). De moeder heeft tegen de beschikking van het hof (tijdig) beroep in cassatie ingesteld.
2. In cassatie voert de moeder één klacht aan, te weten dat het hof haar verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen niet heeft gehonoreerd, althans heeft gepasseerd, zonder deugdelijke motivering. De aangevoerde klacht rechtvaardigt geen behandeling in cassatie, omdat de klacht klaarblijkelijk niet tot cassatie kan leiden. Daartoe geldt het volgende. Het hof heeft bij zijn oordeel onder meer acht geslagen op een brief van de psychiater van de moeder. Het hof heeft geoordeeld dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar eigen psychische problematiek en niet in staat moet worden geacht om voor de minderjarige een blijvende stabiele opvoedingssituatie te creëren. Het hof heeft voorts overwogen dat gezien de inhoud van deze brief van de psychiater 'een nieuw onderzoek van een onafhankelijk deskundige niet tot een andere beslissing zal leiden, zodat het hof het verzoek van de moeder om tot benoeming van een onafhankelijke deskundige over te gaan zal passeren' (zie rov. 8, slot). Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en niet ondeugdelijk gemotiveerd.
3. De conclusie strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G