RAV 2022/23
Kosten contra-expertise. Mag een schadeverzekeraar in de polisvoorwaarden de vergoeding van de kosten van een door de verzekerde ingeschakelde contra-expert afhankelijk stellen van de inschrijving van de expert bij een (bepaalde) beroepsorganisatie?
HR 28-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:81
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 januari 2022
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
20/02642
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS643346:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:81, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑01‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:643, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑06‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑10‑2020
- Wetingang
Essentie
Schadeverzekering. Kosten contra-expertise. Kwaliteitseisen contra-expert. Dubbele redelijkheidstoets.
Mag een schadeverzekeraar in de polisvoorwaarden de vergoeding van de kosten van een door de verzekerde ingeschakelde contra-expert afhankelijk stellen van de inschrijving van de expert bij een (bepaalde) beroepsorganisatie?
Samenvatting
Achmea heeft in de polisvoorwaarden van (bijna al) haar schadeverzekeringen de bepaling opgenomen dat de kosten van een door een verzekerde ingeschakelde contra-expert uitsluitend worden vergoed indien (onder andere) deze expert is ingeschreven bij een (bepaalde) beroepsorganisatie. Ter beoordeling ligt voor of het stellen van een dergelijke kwaliteitseis onredelijk bezwarend is.
HR: Art. 7:959 lid 1 BW ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.