Prg. 2018/191
Geen kindermishandeling. Veilig Thuis moet stoppen zich met het kind te bemoeien; de ouders onthouden het kind niet van de juiste gekwalificeerde zorg en zij hebben daarin als pgb-houders een aanmerkelijke rol.
Rb. Limburg 31-05-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:5115
- Instantie
Rechtbank Limburg
- Datum
31 mei 2018
- Magistraten
Mr. F.C. Alink-Steinberg
- Zaaknummer
C/03/249178 / KG ZA 18-228
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929478:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBLIM:2018:5115, Uitspraak, Rechtbank Limburg, 31‑05‑2018
- Wetingang
Art. 4.1.1, 5.3.4 Wmo; art. 8.1, 8.4.8 Handelingsprotocol AMHK; art. 254 Rv; art. 6:162 BW; art. 8 EVRM; art. 3 IVRK
Essentie
Verbintenissenrecht. Moet Veilig Thuis op vordering van ouders stoppen zich met hun ernstig zieke kind te bemoeien zodra vermoeden kindermishandeling is weerlegd?
Ja. Ouders onthouden kind niet van juiste gekwalificeerde zorg en hebben vanwege pgb aanmerkelijk aandeel in regie.
Samenvatting
Twee ouders vorderen in kort geding Stichting Veilig Thuis te bevelen hun dossier onmiddellijk te sluiten, geen gebruik te maken van de monitorfunctie en het dossier te vernietigen. Dit alles op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag. De ouders beroepen zich op art. 8 EVRM. Het vermoeden van kindermishandeling van hun ernstig zieke kind ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.