NJB 2025/373:Verzekering. Precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer (verzwijging). Vraagstelling. Niet voor misverstand vatbare termen. In een strafrechtelijk onderzoek naar belastingfraude vindt een doorzoeking plaats en wordt de bestuurder van een bedrijf verhoord. Kort daarna sluit het bedrijf een verzekering af. Op het aanvraagformulier staat een vraag naar het strafrechtelijk verleden. De vraag wordt ontkennend beantwoord. Later claimt het bedrijf uitkering wegens brandschade. Het bedrijf voert aan dat de verzekeraar zich niet op verzwijging kan beroepen, omdat de vraag onvoldoende duidelijk was. Het hof verwerpt dit betoog. Hoge Raad: Bij de beoordeling of de verzekeraar een vraag naar het strafrechtelijk verleden heeft gesteld ‘in niet voor misverstand vatbare termen’ als bedoeld in de wet, komt het erop aan of voor de verzekeringnemer niet voor redelijke twijfel vatbaar was dat de verzekeraar een bepaald feit wenste te vernemen. Het hof heeft niet geoordeeld dat de gestelde vraag met betrekking tot feiten als deze niet aan deze maatstaf voldoet. Het oordeel van het hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet ontoereikend gemotiveerd.