RFR 2025/104
Erfrecht. Geldt voor de verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaarding van een nalatenschap door de bewindvoerder de driemaandentermijn van art. 4:193 lid 1 BW?
HR 16-05-2025, ECLI:NL:HR:2025:758
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 mei 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02151
- Conclusie
A-G mr. S.D. Lindenbergh
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD29206:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Erfrecht (V)
Erfrecht / Algemeen
Personen- en familierecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:758, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:862, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑08‑2024
- Wetingang
Art. 1:431, 1:441 lid 5, 4:193 BW
Essentie
Wettelijk vertegenwoordiger. Meerderjarigenbewind.
Is de bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW een wettelijk vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:193 BW? Geldt voor de verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere aanvaarding van een nalatenschap door de bewindvoerder de driemaandentermijn van art. 4:193 lid 1 BW en geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard als de bewindvoerder deze termijn laat verlopen?
Samenvatting
Erflaatster is in 2023 overleden is. In haar testament heeft zij een broer tot enig erfgenaam benoemd, maar deze broer heeft de nalatenschap verworpen. Omdat erflaatster geen echtgenoot, geregistreerd partner, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.